Vier eeuwen walvisvaart, symposium in Groningen

    Dit jaar wordt de oprichting van de Noordse Compagnie (1614), de ontdekking van het eiland Jan Mayen (1614) én de laatste reis van de walvisvaarder Willem Barendsz (1964) herdacht. Daarnaast onderneemt het Arctisch Centrum van de Rijksuniversiteit Groningen deze zomer een expeditie naar Jan Mayen.

    Genoeg redenen om uitgebreid stil te staan bij de geschiedenis van de walvisvaart en het aandeel van Nederland daarin. Samen met het Arctisch Centrum van de Rijksuniversiteit Groningen en het Internationaal Centrum voor de Nederlandse Walvisvaart van Het Scheepvaartmuseum in Amsterdam organiseert de Nederlandse Vereniging voor Zeegeschiedenis in Groningen een tweedaags symposium.

    18e eeuwse Nederlandse walvisvaarders bij Jan Mayen

    18de-eeuwse Nederlandse walvisvaarders bij Jan Mayen

    Op vrijdag 31 oktober wordt het symposium Regionale ontwikkelingen door Nederlandse walvisvaart georganiseerd. Daarbij wordt in het bijzonder aandacht geschonken aan de invloed van de walvisvaart door de eeuwen heen op verschillende regio’s in Nederland. Ook de eerste resultaten van het archeologisch onderzoek op Jan Mayen komen aan bod. ‘s Avonds is er een diner voor congresgangers (op eigen rekening) en er is de mogelijkheid geboden een overnachting te boeken bij het University Hotel.

    Op zaterdag 1 november zal de najaarsbijeenkomst van de Nederlandse Vereniging voor Zeegeschiedenis eveneens geheel in het teken staan van de walvisvaart. Naast de gebruikelijke ledenvergadering zullen vier gerenommeerde sprekers de geschiedenis van de walvisvaart vanaf de 17de tot de 20ste eeuw uit de doeken doen. Tot slot wordt een bezoek gebracht aan de tentoonstelling De koning van Groningen, over Jan Albert Sichterman (1692-1764), in het Groninger Museum.

    GA NAAR HET AANMELDFORMULIER

Geplaatst in Agenda | Een reactie plaatsen

De reizen van Adriaan van Berkel naar Guiana

Lodewijk Wagenaar, Lodewijk Hulsman en Martijn van den Bel hebben een heruitgave verzorgd van Adriaan van Berkels reisverslag naar Guyana en Suriname uit 1695. Dit verslag biedt een uniek inzicht in de toenmalige Nederlandse kolonies in Zuid-Amerika. De uitgave zal verschijnen bij Sidestone Press en bevat een volledige transcriptie van het originele boek uit 1695 en is daarnaast voorzien van een uitgebreide inleiding waarin wordt ingegaan op de historische context van Van Berkels reizen. Behalve een Nederlandstalige editie verschijnt simultaan ook een Engelstalige vertaling. Beide edities zullen medio november 2014 verschijnen.

van-berkel

Het boek is een heruitgave van de reisverslagen van Adriaan van Berkel, die oorspronkelijk in 1695 werden gepubliceerd door de Amsterdamse uitgever Johan ten Hoorn. Het eerste deel beschrijft de avonturen van Adriaan van Berkel in Berbice, het oostelijk deel van het huidige Guyana; het tweede deel geeft een beschrijving van Suriname, de van oorsprong Engelse kolonie die in 1667 in Nederlandse handen was gekomen.

De nieuwe, geannoteerde versie bevat ook een uitgebreide inleiding die de reizen van Van Berkel in een historische context plaatst. Welke schrijvers werden geciteerd in de oorspronkelijke uitgave? Archiefonderzoek werpt nieuw licht op de toenmalige positie van Berbice en de identiteit van de jongeman die in 1670 vanuit Leiden als secretaris afreisde naar Berbice? Zijn vierjarige verblijf en boeiende ontmoeting met de indianen wordt deskundig toegelicht door de twee auteurs, kenners van de lokale inheemse geschiedenis.

In Nederland was er in 1695 weinig bekend over de koloniën in de Guiana’s, het gebied tussen Brazilië en Venezuela. Lodewijk Wagenaar, voormalig conservator van het Amsterdam Museum, biedt in zijn analyse van de krantenberichten uit de periode 1667-1695 een onverwachte hoeveelheid interessante informatie. Zo sluit de berichtgeving over de gewapende strijd met de indianen bijvoorbeeld goed aan bij het verslag van Van Berkel.

Maar hoe zat het eigenlijk met die tweede reis van Adriaan van Berkel, naar Suriname? Het was al eerder bekend dat de landsbeschrijving van Suriname was overgepend van de Nederlandse vertaling van een boekje uit 1667, geschreven door de Engelsman George Warren. Tot voor kort werd aangenomen dat het verhaal over de moord op gouverneur Cornelis van Aerssen in 1688 een oorspronkelijk getuigenverslag was. Uit nieuw onderzoek blijkt echter dat die zogenaamde actuele verslaggeving door de uitgever was overgeschreven van berichten uit de Oprechte Haerlemse Courant. Die tweede reis blijkt dus van begin tot eind een groot verzinsel.

Bron: Sidestone Press

Geplaatst in Boeken | Een reactie plaatsen

Amerikaanse archeologen vinden Nederlands scheepswrak bij Tobago

Onderwaterarcheologen van de Universiteit van Connecticut hebben bij het Caraïbische eiland Tobago mogelijk de resten gevonden van het Nederlandse oorlogsschip ‘t Huis de Kruyningen dat op 3 maart 1677 aan de grond liep.

Het schip maakte deel uit van een eskader dat een Franse aanval op het eiland succesvol afsloeg. Om het bezit over het eiland Tobago, dat destijds in Nederlandse handen was, werd vaker gevochten. In totaal zonken die dag zestien schepen en vielen er maar liefst 2000 doden te betreuren, waaronder naast veel bemanningsleden, ook 300 Afrikaanse slaven en 250 Nederlandse vrouwen.

De slag bij Tobago, 3 maart 1677. Detail van gravure door Romeyn de Hooghe (Collectie Rijksmuseum)

De slag bij Tobago, 3 maart 1677. Detail van gravure door Romeyn de Hooghe, 1677 (Collectie Rijksmuseum)

‘t Huis de Kruyningen of simpelweg Kruyningen was het grootste schip binnen het Nederlandse eskader onder leiding van commandeur Binckes. Het was bewapend met 56 stukken geschut en voerde doorgaans een bemanning van 290 man aan boord. Op de dag van de slag waren dit er slechts 128. Het schip leverde desondanks een korte, verbeten strijd met het veel zwaarder bewapende Franse vlaggenschip Le Glorieux onder leiding van vice-admiraal de graaf d’Estrées. Le Glorieux had 72 stukken geschut en 450 man aan boord. Roemer Vlack, de kapitein van de Kruyningen, zou uiteindelijk opdracht hebben gegeven om de kabels te kappen en daarmee het brandende schip aan de grond te zetten.

“Den derden Maert’s Woensdaeghs, vertoonde (tegen ons vermoede) de Franschen haer onder zeyl, ende quamen heel furieux de Bay in, attacqueerde onse Vloot, halvemaens wijse geposteert, gelijck met het Fort, veertien seylen sterck, waer van ses de swaerste ons passeerden en abordeerden, terwijl vier andere minder Oorlogh-schepen in disordre raeckten, door ons furieus en geduyrigh schieten, en afbleeven; ‘t Schip van den Admirael d’Estrée abordeerde ‘t Schip Kruyningen, al waer wedersijts een korte tijt wel gevochten wiert, maer door ‘t schieten der Fransen met olylappen, wassen, brant-kaerssen, &c. vatten de vlam in een à twee van de Hollantsche Schepen die niet konnen wijcken, als tegen strandt ongeluckelijck, meest alle met de Fransche Admirael, Vice-Admirael, en eenige anderen t’samen verbranden; ‘t Schip van den Admirael Binckes wiert gedrongen, nevens den Vice-Admirael Constant, die de Vloot commandeerde (terwijl den Heer Binckes alles aen lant gouverneerde) op strant te setten, om eenige schooten die se onder water hadden, en om de vlammen te ongaen.”

– citaat uit ‘Afbeeldingh der heete rescontre te Water en te Lant op het Eylandt Tabago, tusschen den Fransen Admirael d’ Estrée, en den Heer Commandeur Binckes, in de Maenden van February en Maert 1677′, door Romeyn de Hooghe, 1677.

Uiteindelijk brandde de Kruyninge uit. Ook Le Glorieux zou later vergaan, een lot dat menig schip die derde maart trof. De stevige zuidoostenwind dreef de schepen in de baai dicht bijeen, terwijl beide zijden met branderschepen de tegenstander in brand probeerden te steken; met groot gevaar vandien voor de eigen schepen. De slag in de baai duurde bij elkaar vijf uur, toen alle Nederlandse schepen aan de grond waren gelopen of waren uitgebrand. De veel grotere Franse vloot was er weinig beter aan toe, slechts enkele schepen hadden de strijd doorstaan. In de daaropvolgende zes dagen werd ook op het eiland nog gevochten tussen Fransen en Nederlandse troepen, terwijl vanuit het Nederlandse fort op de resterende Franse schepen werd geschoten die de baai weer probeerden uit te steken. Op de negende bereikte Binckes het bericht dat de Fransen de strijd verder staakten. De Franse aanval was definitief afgeslagen.

De slag bij Tobago door P.J. Schotel, 1850 (Collectie Marinemuseum)

Vier voor anker liggende Hollandse schepen vuren op de binnenvallende Franse schepen. Op de voorgrond staan een Frans victualie- en linieschip in brand en drijft een versplinterde sloep. Litho door P.J. Schotel, 1850 (Collectie Marinemuseum)

Onderzoeksleider Kroum Batchvarov doet in UConn Today voor het eerst uitgebreid verslag van de vondst. Veel van het schip zelf is in de subtropische wateren niet overgebleven, maar het duikteam trof op de wrakplaats wel zeven tot acht kanonnen, Delfts aardewerk, potten en pannen, bakstenen, loden kogels en tientallen kleipijpen aan.

De slag tussen een Nederlands en Frans eskader op 1677 (Bron: UConn Today).

Situatieschets van de aanval door het Frans eskader (onder) op het Nederlands eskader van Binkes (boven) bij het eiland Tobago op 3 maart 1677 (Bron: UConn Today).

Het scheepswrak bevindt zich in de Rockley Bay (Roodeklipbaai) bij Scarborough, de hoofdstad van Tobago. Batchvarov verwacht dat met het verdere onderzoek nog drie tot vijf jaar gemoeid zullen zijn. Tijdens een verkenning van de baai met sonar-apparatuur eerder dit jaar troffen de duikers in totaal zestien mogelijke wraklocaties aan, waarvan er dertien inmiddels zijn onderzocht. De vondst van het scheepswrak was daarvan bij verre de grootste en belangrijkste vondst. Tijdens de verkenning werden verder een 17de- of 18de-eeuws anker, een stapel ballast en de resten van een stoomschip uit de 19de of 20de eeuw aangetroffen.

Het plan is om de opgedoken voorwerpen uiteindelijk tentoon te stellen in het plaatselijk museum. Toestemming voor het onderzoek werd door de regering van Trinidad en Tobago verleend aan de Rockley Bay Research Project, een gezamenlijk project van de Universiteit van Connectitut en het Institute of Nautical Archaeology.

Voor persbureau ANP liet onderwaterarcheoloog Martijn Manders van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed weten “verrast” te zijn door de bekendmaking van de vondst. “Ik verwacht dat de onderzoekers contact opnemen met onze overheid, zeker als men daadwerkelijk gaat graven. Dan komen ze uiteindelijk bij ons uit”. Manders benadrukte dat het scheepswrak nog altijd Nederlands eigendom is.

Geplaatst in Nieuws | Een reactie plaatsen

Tentoonstelling over Friese scheepvaart in Harlingen

In Harlingen, de grootste havenstad van Friesland, vervult het Hannemahuis zowel de rol van stadsmuseum als van gemeentearchief. Uit haar grote collectie stelt ze regelmatig nieuwe tentoonstellingen samen. Sinds kort is er een nieuwe expositie te bezichtigen, “Water en Vuur”, waarin twee eeuwen Friese koopvaardijgeschiedenis worden belicht. De redactie vroeg aan Jeanine Otten, collectieregistrator en beheerder oud archief, om deze expositie wat nader toe te lichten.

affiche Water en Vuur lowres

Tot en met 26 oktober 2014 is in Museum het Hannemahuis in Harlingen de expositie Water en vuur: Friese koopvaardij 1650-1850 over twee eeuwen geschiedenis van de Friese koopvaardij, de handelsvaart met behulp van schepen. Harlingen en andere plaatsen in Friesland, zoals Woudsend, Stavoren en Lemmer, speelden eeuwenlang een belangrijke rol in de Sontvaart, de koopvaardij op de Oostzee. Kaas, ballast, dakpannen, bakstenen en stukgoederen, maar ook producten van de Atlantische kust zoals indigo, olijfolie en wijn, gingen naar de steden aan de Oostzee. Op de terugreis namen de schepen tarwe, rogge, vlas, hennep, maar vooral ook hout, balken en duigen mee.

Naast de geschiedenis van de koopvaardij vanuit Friesland tussen 1650 en 1850 toont het Hannemahuis de impact die de Engelse aanval in augustus 1666 op Vlieland, Terschelling en Harlingen had. 150 tot 170 vooral Nederlandse koopvaardijschepen werden door Engelse oorlogsschepen in brand werden gestoken. Op de Waddenzee bij Vlieland lagen deze schepen te wachten tot de omstandigheden geschikt waren om uit te varen. Door de oorlog tussen Engeland en Nederland liep het anders. De Engelsen stuurden oorlogsschepen en zogenoemde branders, door henzelf in brand gestoken schepen, op de Nederlandse koopvaarders af en die gingen bijna allemaal bij Vlieland ten onder. De volgende dag ging het huidige West-Terschelling in vlammen op. Naar verhouding is er weinig bekend over deze dramatische gebeurtenis uit de vaderlandse geschiedenis.

Dat koopvaardijschippers en hun bemanning ook in vredestijd aan grote gevaren blootstonden, blijkt uit het verhaal over kapitein Claas Doedes. Op de tentoonstelling is zijn ontroerende brief te zien die hij in september 1804 vanuit Riga stuurde aan zijn hoogzwanger echtgenote Gezina Harmens Mulder in Harlingen. Hij schrijft haar dat hij in de winter niet bij haar thuis kan zijn, omdat hij een vracht van masten en hennep naar Frankrijk moet brengen. Hij stuurt haar wat geld en wat souvenirs uit Riga en hoopt dat hij bij terugkomst zijn vrouw en kind aan zijn hart mag drukken. Dat is helaas nooit gebeurd, want Claas Doedes kwam op weg naar Morlaix in Frankrijk in een vliegende storm in november 1804 om het leven, samen met dertien van de achttien bemanningsleden van zijn schip Elisabeth.

Verder toont het Hannemahuis een groot aantal 19de-eeuwse scheepsportretten, die bekende scheepsportrettisten als Jacob Spin en Dirk Anton Teupken in opdracht van de kapiteins maakten. Daarnaast zijn er zeekaarten, scheepsmodellen, souvenirs, afbeeldingen van pakhuizen en andere objecten te zien.

Meer informatie: www.hannemahuis.nl.

Geplaatst in Agenda | Een reactie plaatsen

Marine doet verslag van Jan Mayen-expeditie

Over de bijzondere tocht van een groep wetenschappers, waaronder archeologen van het Arctisch Centrum, aan boord van Zr.Ms. Holland naar Jan Mayen heeft de Koninklijke Marine in haar online tijdschrift Alle Hens een uitgebreid verslag (met film) gepubliceerd.

Terwijl de wetenschappers onderzoeken deden naar materiële resten van Nederlandse walvisvaart op het eiland, beklommen de Mountain Leaders van het Korps Mariniers de 2,2 kilometer hoge Beerenberg.

De uitkomsten van het archeologisch onderzoek op Jan Mayen komen aan bod op zaterdag 1 november tijdens de najaarsbijeenkomst van de Nederlandse Vereniging voor Zeegeschiedenis in Groningen.

Geplaatst in Nieuws | Een reactie plaatsen

Maritiem Museum en Erasmus Universiteit Rotterdam starten onderzoeksgroep Moderne Maritieme Geschiedenis

Per 1 september 2014 starten het Maritiem Museum Rotterdam en de Erasmus Universiteit Rotterdam een onderzoeksgroep Moderne Maritieme Geschiedenis. Daarin staan de geschiedenis van de Nederlandse scheepsbouw, de Rotterdamse haven en zijn verbinding met het achterland, en de Nederlandse offshore-industrie centraal. Deze thema’s zullen onderwerp zijn van academisch onderzoek en ook een plaats krijgen in het curriculum van de geschiedenisopleiding aan de Erasmus Universiteit.

De leerstoelgroep Moderne Maritieme Geschiedenis is een samenwerkingsverband tussen het Maritiem Museum en de Erasmus Universiteit die vooralsnog is aangegaan voor een periode van vier jaar.

Zie voor meer informatie het volledige persbericht.

Geplaatst in Nieuws | Een reactie plaatsen

Archief Kon. Mij. De Schelde komt online beschikbaar

Archieven maken steeds meer van hun collecties digitaal beschikbaar. Zo kan binnenkort iedereen online onderzoek doen in het archief van de scheepswerf De Schelde in Vlissingen, een werf met een rijk marineverleden. De redactie heeft Ron H.C. van Maanen gevraagd iets meer te vertellen over dit bijzondere archief.

Het archief van de Kon. Mij. De Schelde te Vlissingen, 1875-1970

Voorgeschiedenis
Vlissingen, van oorsprong een klein vissersdorp, groeide in de zeventiende eeuw uit tot de marinebasis in Zeeland. De admiraliteitswerf werd rond 1688 verplaatst van de Dokhaven naar een locatie direct aan de Schelde gelegen. Hier was ook de toegang inclusief sluis tot de Dokhaven gesitueerd. Tijdens de Frans-Bataafse tijd bleven de admiraliteitswerf en Dokhaven in gebruik. In 1814 besloot de Nederlandse regering dat er in Vlissingen een constructie- annex uitrustingswerf moest komen. Voor de opbouw werd deels het bouwmateriaal dat vrijkwam bij de opheffing van de Antwerpse marinewerf gebruikt. De voormalige admiraliteitswerf werd in gebruik genomen als uitrustingswerf. In de Dokhaven werd de constructiewerf van de grond af nieuw opgebouwd, in feite terug naar de locatie uit de zeventiende eeuw. In 1867 werd de marinewerf opgeheven zonder dat het complex een nieuwe bestemming kreeg.*

De Kon. Mij. De Schelde
De bekende hoofdingenieur Tideman, die een deel van zijn marineloopbaan te Vlissingen had gewerkt, had al eerder gepleit voor de vestiging van een particuliere werf, echter zonder succes. Pas toen hij er in slaagde koning Willem III voor een dergelijke onderneming te interesseren kwam er schot in de zaak. In 1875 werd de Kon. Mij. De Schelde opgericht. Deze scheepswerf groeide uit tot de grootste werkgever in Zeeland met ver over de 4000 werkplaatsen. Aanvankelijk bleef het aantal opdrachten van de Koninklijke Marine beperkt. Men werd wel hoofdleverancier van de Rotterdamsche Lloyd. Aan het eind van de negentiende eeuw werden de eerste grote schepen voor de Koninklijke Marine gebouwd, zoals de Noord-Brabant. In de twintigste eeuw bouwde de werf voorafgaand aan de Tweede Wereldoorlog onder meer de kruiser Java en de kanonneerboot Johan Maurits van Nassau. De Schelde lag ook aan de basis van de Nederlandse onderzeedienst. De eerste Nederlandse onderzeeër werd in Vlissingen gebouwd, gevolgd door vele O- en K-boten. Na de Tweede Wereldoorlog werd in eerste instantie slechts mondjesmaat voor de marine gebouwd, bijvoorbeeld een deel van de onderzeebootjagers en de Van Speijk-fregatten uit respectievelijk de jaren vijftig en zestig. Na het opgaan in het Rijn-Schelde-Verolme concern en het vervolgens overgaan naar het Damen concern ontpopte de werf zich tot de bouwer van grote oppervlakteschepen voor de Koninklijke Marine. Inmiddels is de werf verhuisd uit het centrum van de stad. Sinds 1975 worden geen schepen meer te water gelaten in de Dokhaven. Afbouw vond tot een paar jaar geleden nog wel plaats, zij het dat deze verplaatst was naar het zogenaamde eiland.

Naast schepen bouwde De Schelde echter ook vliegtuigen, bruggen en zelfs autobussen. De machinefabriek en ketelmakerij, sinds 1876 in bedrijf, vervaardigde ketels en machines voor schepen, maar ook voor elektriciteitcentrales.

Het archief
Het gemeentearchief Vlissingen beheert sinds een aantal jaren het archief van de Kon. Mij. De Schelde over de periode 1875-1970. Grofweg valt dat in een aantal delen uiteen: het directie-archief, het foto-archief en het tekeningenarchief. Het eerste bevat naast de gebruikelijke notulen van directievergaderingen ook brievenboeken, financiële boekhouding en orderadministratie. Bij het laatste moet tevens gedacht worden aan de correspondentie rondom de contracten. Er zijn bijvoorbeeld stukken aanwezig over nooit gerealiseerde opdrachten, zoals een mijnenlegger voor de Belgische marine aan het begin van de twintigste eeuw. De brievenboeken van directieleden geven een indringend beeld over hoe de werf achter de schermen werkte. Zo is er sprake van kartelvorming door het maken van prijsafspraken rondom de Eerste Wereldoorlog met Rotterdamse en Amsterdamse scheepswerven als het gaat om het binnenhalen van marine-opdrachten. Genoemd archiefgedeelte is voorzien van een inventaris. Via de website van het Gemeentearchief Vlissingen en archieven.nl is het mogelijk een indruk te krijgen van wat er aanwezig is.

Het foto-archief, met o.a. veel glasnegatieven, dateert van het einde van de negentiende eeuw. Tot aan 1970 geeft het een beeld van alle bedrijfsactiviteiten. De hoeveelheid negatieven is overweldigend, naar schatting meer dan 120.000 stuks. Aan het beschrijven en digitaliseren wordt gewerkt. Naar verwachting kunnen eind 2014 de eerste resultaten online worden getoond.

Het tekeningenarchief begint in 1876 en valt op haar beurt uiteen in machinefabriek, annex ketelmakerij, en scheepsbouw. Inmiddels is de digitale ontsluiting van de tekeningen van de machinefabriek en ketelmakerij nagenoeg voltooid. Het gaat om circa 2.400 tekeningen en enkele tientallen bestekken. De tekeningen zijn inmiddels bijna allemaal gedigitaliseerd. In het kader van een Open Cultuur data-project wordt nagegaan of het mogelijk is deze tekeningen in 2014 via het Internet aan te bieden. Van de afdeling Scheepsbouw zijn enkele tienduizenden tekeningen bewaard gebleven, echter in principe alleen van gerealiseerde projecten en dan nog alleen als het gaat om nieuwbouw. Ondanks deze aderlating geven de bewaarde tekeningen een uitstekend beeld van de gebouwde schepen, zowel aan de buiten- als aan de binnenzijde. Zo kunnen we ons een beeld vormen van stoelen, banken en ander meubilair, deels op de eigen timmerfabriek gemaakt, maar ook van kanonfundaties op de befaamde Willem Ruys en het gegraveerde glas in salondeuren op een Russisch vrachtschip. In de komende jaren zullen de ‘scheepsbouwtekeningen’ verder toegankelijk worden gemaakt.

Bouwtekeningen van de scheepsmotoren van de kruiser Noord-Brabant, ca. 1899

Bouwtekeningen van de scheepsmotoren van de kruiser Noord-Brabant, ca. 1899

In het geval van het archief van de Kon. Mij. De Schelde worden dus de correspondentie, het beeldmateriaal en de tekeningen op één locatie beheerd en toegankelijk gemaakt. Dat dit een proces van jaren betekent is logisch, gezien de omvang van het archief (rond de tweehonderd strekkende meter). De verzameling van tientallen (half)modellen van de schepen is verspreid geraakt. Een deel berust bij Damen Schelde Naval Shipbuilding en bij het Zeeuws maritiem museum in Vlissingen, maar ook bij particulieren.

Overige bronnen
Voor de geschiedenis van de Vlissingse Admiraliteitswerf zijn de Admiraliteitsarchieven in het Nationaal Archief van groot belang. Echter het archief van Rekenkamer C in het Zeeuws Archief is wellicht van nog groter belang door de rekeningen, soms met bijlagen, van de equipagemeesters van de verschillende marinewerven uit de zestiende tot en met de achttiende eeuw. Voor de periode vanaf 1814 is, naast het archief van het Departement van Marine in het Nationaal Archief, ook het archief van het Marine Etablissement te Vlissingen in het Zeeuws Archief van groot belang.

Geplaatst in Blog | Een reactie plaatsen

Publieksdag scheepsarcheologie

Op 23 augustus kan publiek de opgraving van een scheepswrak in Flevoland bijwonen. Deze opgraving wordt uitgevoerd door de International Fieldschool for Maritime Archeology Flevoland. Het wrak is van een vrachtschip met een lengte van 20 meter en een breedte van zeven meter en dateert uit het midden van de zeventiende eeuw. Er is uitgebreid gelegenheid om aan deskundigen hierover vragen te stellen.

Wanneer: 23 augustus 2014, 11-16 uur
Waar: Rietweg 17, Dronten
Website: www.nieuwlanderfgoed.nl/museum/nieuws/publieksdag-opgraving-scheepswrak-dronten

Geplaatst in Agenda | Een reactie plaatsen