Vier eeuwen walvisvaart, symposium in Groningen

Dit jaar wordt de oprichting van de Noordse Compagnie (1614), de ontdekking van het eiland Jan Mayen (1614) én de laatste reis van de walvisvaarder Willem Barendsz (1964) herdacht. Daarnaast onderneemt het Arctisch Centrum van de Rijksuniversiteit Groningen deze zomer een expeditie naar Jan Mayen.

Genoeg redenen om uitgebreid stil te staan bij de geschiedenis van de walvisvaart en het aandeel van Nederland daarin. Samen met het Arctisch Centrum van de Rijksuniversiteit Groningen en het Internationaal Centrum voor de Nederlandse Walvisvaart van Het Scheepvaartmuseum in Amsterdam organiseert de Nederlandse Vereniging voor Zeegeschiedenis in Groningen een tweedaags symposium.

18e eeuwse Nederlandse walvisvaarders bij Jan Mayen

18de-eeuwse Nederlandse walvisvaarders bij Jan Mayen

Op vrijdag 30 oktober wordt het symposium Regionale ontwikkelingen door Nederlandse walvisvaart georganiseerd. Daarbij wordt in het bijzonder aandacht geschonken aan de invloed van de walvisvaart door de eeuwen heen op verschillende regio’s in Nederland. Ook de eerste resultaten van het archeologisch onderzoek op Jan Mayen komen aan bod.

Op zaterdag 1 november zal ook de najaarsbijeenkomst van de Nederlandse Vereniging voor Zeegeschiedenis geheel in het teken staan van de walvisvaart. Naast de gebruikelijke ledenvergadering zullen vier gerenommeerde sprekers de geschiedenis van de walvisvaart vanaf de 17de tot de 20ste eeuw uit de doeken doen. Tot slot wordt een bezoek gebracht aan de tentoonstelling De koning van Groningen, over Jan Albert Sichterman (1692-1764), in het Groninger Museum.

Vrijdagavond is er overigens een diner voor congresgangers en wordt de mogelijkheid geboden een overnachting te boeken bij het University Hotel. Vanaf begin september kunnen leden van de Nederlandse Vereniging voor Zeegeschiedenis zich voor beide activiteiten opgeven via deze website.

Geplaatst in Agenda | Een reactie plaatsen

Archief Kon. Mij. De Schelde komt online beschikbaar

Het archief van de Kon. Mij. De Schelde te Vlissingen, 1875-1970

Voorgeschiedenis
Vlissingen, van oorsprong een klein vissersdorp, groeide in de zeventiende eeuw uit tot de marinebasis in Zeeland. De admiraliteitswerf werd rond 1688 verplaatst van de Dokhaven naar een locatie direct aan de Schelde gelegen. Hier was ook de toegang inclusief sluis tot de Dokhaven gesitueerd. Tijdens de Frans-Bataafse tijd bleven admiraliteitswerf en Dokhaven in gebruik. In 1814 besloot de Nederlandse regering dat er in Vlissingen een constructie- annex uitrustingswerf moest komen. Voor de opbouw werd deels het bouwmateriaal dat vrijkwam bij de opheffing van de Antwerpse marinewerf gebruikt. De voormalige admiraliteitswerf werd in gebruik genomen als uitrustingswerf. In de Dokhaven werd de constructiewerf van de grond af nieuw opgebouwd, in feite terug naar de locatie uit de zeventiende eeuw. In 1867 werd de marinewerf opgeheven zonder dat het complex een nieuwe bestemming kreeg.*

De Kon. Mij. De Schelde
De bekende hoofdingenieur Tideman, die een deel van zijn marineloopbaan te Vlissingen had gewerkt, had al eerder gepleit voor de vestiging van een particuliere werf, echter zonder succes. Pas toen hij er in slaagde koning Willem III voor een dergelijke onderneming te interesseren kwam er schot in de zaak. In 1875 werd de Kon. Mij. De Schelde opgericht. Deze scheepswerf groeide uit tot de grootste werkgever in Zeeland met ver over de 4.000 werkplaatsen. Aanvankelijk bleef het aantal opdrachten van de Koninklijke Marine beperkt. Men werd wel hoofdleverancier van de Rotterdamsche Lloyd. Aan het eind van de negentiende eeuw werden de eerste grote schepen voor de Koninklijke Marine gebouwd, zoals de Noord-Brabant. In de twintigste eeuw bouwde de werf voorafgaand aan de Tweede Wereldoorlog onder meer de kruiser Java en de kanonneerboot Johan Maurits van Nassau. De Schelde lag ook aan de basis van de Nederlandse onderzeedienst. De eerste Nederlandse onderzeeër werd in Vlissingen gebouwd, gevolgd door vele O- en K-boten. Na de Tweede Wereldoorlog werd in eerste instantie slechts mondjesmaat voor de marine gebouwd, bijvoorbeeld een deel van de onderzeebootjagers en de Van Speijk-fregatten uit respectievelijk de jaren vijftig en zestig. Na het opgaan in het Rijn-Schelde-Verolme concern en het vervolgens overgaan naar het Damen concern ontpopte de werf zich tot de bouwer van grote oppervlakteschepen voor de Koninklijke Marine. Inmiddels is de werf verhuisd uit het centrum van de stad. Sinds 1975 worden geen schepen meer te water gelaten in de Dokhaven. Afbouw vond tot een paar jaar geleden nog wel plaats, zij het dat deze verplaatst was naar het zogenaamde eiland.

Naast schepen bouwde De Schelde echter ook vliegtuigen, bruggen en zelfs autobussen. De machinefabriek en ketelmakerij, sinds 1876 in bedrijf, vervaardigde ketels en machines voor schepen, maar ook voor elektriciteitcentrales.

Het archief
Het gemeentearchief Vlissingen beheert sinds een aantal jaren het archief van de Kon. Mij. De Schelde over de periode 1875-1970. Grofweg valt dat in een aantal delen uiteen: het directie-archief, het foto-archief en het tekeningenarchief. Het eerste bevat naast de gebruikelijke notulen van directievergaderingen ook brievenboeken, financiële boekhouding en orderadministratie. Bij het laatste moet tevens gedacht worden aan de correspondentie rondom de contracten. Er zijn bijvoorbeeld stukken aanwezig over nooit gerealiseerde opdrachten, zoals een mijnenlegger voor de Belgische marine aan het begin van de twintigste eeuw. De brievenboeken van directieleden geven een indringend beeld over hoe de werf achter de schermen werkte. Zo is er sprake van kartelvorming door het maken van prijsafspraken rondom de Eerste Wereldoorlog met Rotterdamse en Amsterdamse scheepswerven als het gaat om het binnenhalen van marineopdrachten. Genoemd archiefgedeelte is voorzien van een inventaris. Via de website van het Gemeentearchief Vlissingen en archieven.nl is het mogelijk een indruk te krijgen van wat er aanwezig is.

Het foto-archief, met o.a. veel glasnegatieven, dateert van het einde van de negentiende eeuw. Tot aan 1970 geeft het een beeld van alle bedrijfsactiviteiten. De hoeveelheid negatieven is overweldigend, naar schatting meer dan 120.000 stuks. Aan het beschrijven en digitaliseren wordt gewerkt. Naar verwachting kunnen eind 2014 de eerste resultaten online worden getoond.

Het tekeningenarchief begint in 1876 en valt op haar beurt uiteen in machinefabriek, annex ketelmakerij, en scheepsbouw. Inmiddels is de digitale ontsluiting van de tekeningen van de machinefabriek en ketelmakerij nagenoeg voltooid. Het gaat om circa 2.400 tekeningen en enkele tientallen bestekken. De tekeningen zijn inmiddels bijna allemaal gedigitaliseerd. In het kader van een Open Cultuur data project wordt nagegaan of het mogelijk is deze tekeningen in 2014 via het Internet aan te bieden. Van de afdeling Scheepsbouw zijn enkele tienduizenden tekeningen bewaard gebleven, echter in principe alleen van gerealiseerde projecten en dan nog alleen als het gaat om nieuwbouw. Ondanks deze aderlating geven de bewaarde tekeningen een uitstekend beeld van de gebouwde schepen, zowel aan de buiten- als aan de binnenzijde. Zo kunnen we ons een beeld vormen van stoelen, banken en ander meubilair, deels op de eigen timmerfabriek gemaakt, maar ook van kanonfundaties op de befaamde Willem Ruys en het gegraveerde glas in salondeuren op een Russisch vrachtschip. In de komende jaren zullen de ‘scheepsbouwtekeningen’ verder toegankelijk worden gemaakt.

Bouwtekeningen van de scheepsmotoren van de kruiser Noord-Brabant, ca. 1899

Bouwtekeningen van de scheepsmotoren van de kruiser Noord-Brabant, ca. 1899

In het geval van het archief van de Kon. Mij. De Schelde worden dus de correspondentie, het beeldmateriaal en de tekeningen op één locatie beheerd en toegankelijk gemaakt. Dat dit een proces van jaren betekent is logisch, gezien de omvang van het archief (rond de tweehonderd strekkende meter). De verzameling van tientallen (half)modellen van de schepen is verspreid geraakt. Een deel berust bij Damen Schelde Naval Shipbuilding en bij het Zeeuws maritiem museum in Vlissingen, maar ook bij particulieren.

Ron H.C. van Maanen

Naschrift
Voor de geschiedenis van de Vlissingse Admiraliteitswerf zijn de Admiraliteitsarchieven in het Nationaal Archief van groot belang. Echter het archief van Rekenkamer C in het Zeeuws Archief is wellicht van nog groter belang door de rekeningen, soms met bijlagen, van de equipagemeesters van de verschillende marinewerven uit de zestiende tot en met de achttiende eeuw. Voor de periode vanaf 1814 is, naast het archief van het Departement van Marine in het Nationaal Archief, ook het archief van het Marine Etablissement te Vlissingen in het Zeeuws Archief van groot belang.

Afbeelding | Geplaatst op door | Een reactie plaatsen

Publieksdag scheepsarcheologie

Op 23 augustus kan publiek de opgraving van een scheepswrak in Flevoland bijwonen. Deze opgraving wordt uitgevoerd door de International Fieldschool for Maritime Archeology Flevoland. Het wrak is van een vrachtschip met een lengte van 20 meter en een breedte van zeven meter en dateert uit het midden van de zeventiende eeuw. Er is uitgebreid gelegenheid om aan deskundigen hierover vragen te stellen.

Wanneer: 23 augustus 2014, 11-16 uur
Waar: Rietweg 17, Dronten
Website: www.nieuwlanderfgoed.nl/museum/nieuws/publieksdag-opgraving-scheepswrak-dronten

Geplaatst in Agenda | Een reactie plaatsen

Port Cities as Gateways, Channels and Conduits

Op 11 en 12 september wordt in Liverpool de jaarlijkse Annual Conference of the Centre for Port and Maritime History gehouden. Het thema is de veelzijdige functies van havensteden en speciale aandacht zal daarbij uitgaan naar India.

Wanneer: 11-12 september 2014
Waar: Liverpool
Website: www.royalhistoricalsociety.org

Geplaatst in Agenda | Een reactie plaatsen

Samuel Pepys als blogger

De Engelsman Samuel Pepys (spreek uit: pieps) is een grote bekende onder maritiem historici. Hoewel hij aanvankelijk geen ervaring had in het maritiem bedrijf, maar wel een goed oog voor administratie, schopte hij het uiteindelijk tot Chief Secretary van de Admirality, werd benoemd tot Elder Brother van Trinity House dat het loodswezen en de bebakening van de Britse wateren verzorgde, was Fellow en later zelfs President van de Royal Society en zat jarenlang als parlementslid in het Lagerhuis.

Samuel Pepys (1633-1703)

Samuel Pepys (1633-1703)

Meest bekend werd Pepys echter door zijn dagboek dat hij tien jaar lang, van 1660 tot 1669, bijhield. Dit dagboek schreef hij in steno, dat voor de meeste lezers voor een geheimschrift moet zijn doorgegaan. Na zijn dood werd het dagboek, in zes banden, bewaard in Magdalene College, Cambridge. Het duurde tot 1822, toen dominee John Smith na drie jaar puzzelen het dagboek eindelijk ontcijferd had – onwetende dat de uitleg van het steno een plank lager in dezelfde boekenkast lag – en de inhoud ervan voor het eerst goed kon worden doorgrond. Pepys schreef over de alledaagse zaken die hem bezighielden; familie-perikelen, geldzorgen, roddels op het werk, wat hij at en wie hij sprak, maar ook over zijn amoureuze escapades; geen wonder dat hij die liever geheim hield.

En passant beschreef hij ook belangrijke historische gebeurtenissen, zoals de Grote Brand van Londen in 1666 en het verloop van de Tweede Engelse Oorlog (1665-1667). Het grootste dieptepunt uit deze oorlog was de Tocht naar Chatham onder leiding van Michiel de Ruyter en Cornelis de Witt, waarover hij op 12 juni 1667 (Oude Stijl) in zijn dagboek optekende:

“… and so home, where all our hearts do now ake; for the newes is true, that the Dutch have broke the chaine and burned our ships, and particularly “The Royal Charles,” other particulars I know not, but most sad to be sure.”

In 2003 besloot Phil Gyford het hele dagboek als een modern blog te publiceren, elke dag verscheen ‘s ochtends een nieuw bericht totdat in mei 2012 de allerlaatste bladzijde uit het dagboek op deze wijze was rondgestuurd. Vanaf dat moment startte het blog weer bij de eerste bladzijde, 1 januari 1660. Gyford voorzag het dagboek ook van een online register met kaarten, een tijdbalk en verdere uitleg van personen, plaatsen en gebruiken, waardoor het zoeken naar interessante passages sterk wordt vergemakkelijkt. Op een forumpagina kunnen lezers reacties, suggesties en verbeteringen achterlaten waardoor de informatie over het dagboek nog steeds groeit.

De blogversie van het dagboek van Samuel Pepys vormt niet alleen een zeer toegankelijke bron voor (maritiem) historici, maar biedt ook inspiratie voor andere ‘historische’ blogs. Wat te denken van de vele reisverslagen en scheepsjournaals, bijvoorbeeld die als Werken zijn ontsloten door de Van Linschoten Vereeniging?

Wie voortaan de dag wil beginnen met een persoonlijk bericht uit het verleden, kan zich overigens nog steeds abonneren op het blog van Pepys. Elke dag wordt dan een nieuw bericht met de tekst van één dag uit het dagboek in de electronische brievenbus bezorgd.

Geplaatst in Blog | Een reactie plaatsen

Archief The American Neptune gaat online

De Phillips Library van het Peabody Essex Museum heeft aangekondigd dat het gehele archief van The American Neptune zal worden gedigitaliseerd. The American Neptune verscheen tussen 1941 en 2002 en groeide uit tot het meest gezaghebbende Amerikaanse vaktijdschrift over maritieme geschiedenis.

Titelblad van The American Neptune

Titelblad van The American Neptune

Momenteel zijn de eerste drie jaargangen online gebracht in de digitale collectie; meer edities zullen spoedig volgen. Wie daar van op de hoogte wil worden gehouden, kan zich abonneren op de RSS feed van de bibliotheek en ontvangt automatisch bericht zodra nieuwe afleveringen worden gepubliceerd.

De papieren versie van The American Neptune verschijnt sinds 2002 niet meer, oude jaargangen kunnen worden geraadpleegd in de bibliotheken van verschillende Nederlandse maritieme musea.

Geplaatst in Nieuws | Een reactie plaatsen

Restauratie Koningssloep

De bijna twee eeuwen oude Koningssloep, tot 2008 een van de beeldvangers uit de collectie van Het Scheepvaartmuseum, ondergaat momenteel een omvangrijke restauratie. In juni is begonnen met het project en een maand later is inmiddels alle verf van de sloep verwijderd. De restauratie wordt uitgevoerd door verfspecialisten van AkzoNobel.

Koningssloep in Het Scheepvaartmuseum

Koningssloep in Het Scheepvaartmuseum, 2005 (Foto: Het Scheepvaartmuseum)

Het Scheepvaartmuseum en de gemeente Amsterdam zijn samen op zoek naar een geschikte plaats om de sloep, eenmaal gerestaureerd, weer aan het publiek tentoon te stellen. Daarnaast kan ook het Koninklijk Huis weer een beroep doen op dit varend erfgoed. De sloep werd in 1962 voor het laatst door het Koninklijk Huis gebruikt tijdens het zilveren huwelijksfeest van koningin Juliana en prins Bernhard.

Bron: NOS

Geplaatst in Nieuws | Een reactie plaatsen