Impressie symposium en najaarsbijeenkomst walvisvaart

Deze galerij bevat 19 foto's.

Galerij | Een reactie plaatsen

20 meters under water

Het Havenbedrijf Rotterdam organiseert op 5 en 6 maart 2015 een internationaal symposium met de titel “20 meters under water!”. Centraal staan de resultaten van de in opdracht van het Havenbedrijf uitgevoerde geologische, archeologische, palaeobotanische, archaeolozoölogische en paleontologische onderzoeken die vooraf gingen aan de aanleg van Maasvlakte 2. Sprekers zijn o.a. Torbjörn Törnqvist (geologie), Nic Flemming (archeologie), Jelle Reumer (paleontologie) en vijftien andere vooraanstaande onderzoekers. Op de tweede dag zal ook een excursie naar de Maasvlakte worden gemaakt.

Wanneer: 5 en 6 maart 2015
Waar: Schiecentrale Rotterdam
Website: www.20metersunderwater.nl

Geplaatst in Agenda | Een reactie plaatsen

Najaarsnummer Tijdschrift voor Zeegeschiedenis 2014 verschenen

Zojuist is het najaarsnummer van ons Tijdschrift voor Zeegeschiedenis verschenen. Leden van de Vereniging ontvingen het jongste nummer dit weekend al in de brievenbus.

het najaarsnummer van het Tijdschrift voor Zeegeschiedenis 2014.

Een kort overzicht van de artikelen in Jaargang 33, nummer 2, 2014:

  • Gijs Rommelse en Roger Downing over de behandeling van Nederlandse krijgsgevangenen tijdens de Eerste en Tweede Engelse Oorlog;
  • Jelle van der Schaaf over de opkomst van een schippersgemeenschap in Memel, 1778-1819;
  • Wim Klooster over de leefomstandigheden van bootsgezellen naar Nederlands Brazilië;
  • Ron Brand over stuurman Batte de Roos.

Wilt u ook het Tijdschrift voor Zeegeschiedenis ontvangen? Wordt dan lid van de Nederlandse Vereniging voor Zeegeschiedenis.

Geplaatst in Nieuws | Een reactie plaatsen

Symposium maritieme geschiedenis Harlingen

Op 31 januari 2015 wordt in de Maritieme Academie in Harlingen een symposium gehouden over de maritieme geschiedenis van deze havenstad. Daarbij wordt o.a. aandacht besteed aan de Friese Admiraliteit, de negentiende eeuwse koopvaardij en de relatie met Amsterdam.

Website: Symposium maritieme geschiedenis Harlingen

Geplaatst in Agenda | Een reactie plaatsen

De Noordse Compagnie

Dat de Nederlanders walvisvaart bedreven is bij een breed publiek bekend en heeft altijd tot de verbeelding gesproken, maar van het bestaan van een Noordse Compagnie die zich specifiek op de walvisvaart toelegde, weet vrijwel niemand. Misschien komt dat omdat de compagnie maar kort heeft bestaan, van 1614 tot 1642, en dus veel minder lang actief was dan de beide andere compagnieën. Toch heeft de compagnie veel sporen achtergelaten in het Arctisch gebied. En wie wist dat zelfs de latere admiraal Michiel Adriaensz de Ruyter zeilde ooit als stuurman op de Groene Leeuw naar Jan Mayen-eiland voer om daar op walvissen te jagen?

Layout 1

De Noordse Compagnie maakte een bloeiperiode door tussen 1625 en 1635. De buitenlandse concurrentie was sterk afgenomen en de compagnie was heer en meester in zijn vangstgebieden. Aan het eind van de jaren dertig begon de onderlinge concurrentie echter weer toe te nemen. In 1642 werd daarom geen verlenging van het octrooi bij de Staten Generaal aangevraagd en werd de compagnie ontbonden.

In 2014 is het 400 jaar geleden dat de Noordse Compagnie werd opgericht, wat werd gevierd met een nieuwe archeologische expeditie naar Jan Mayen en een tweedaags symposium in Groningen.

Het is ook maar liefst 140 jaar geleden dat het laatste overzichtswerk over de geschiedenis van de Noordse Compagnie, van de hand van Samuel Muller Fz. (1874), verscheen. Hoog tijd dus voor een update, want inmiddels is door archeologische opgravingen en door nieuw archiefonderzoek veel nieuwe kennis over de beginperiode van de Nederlandse walvisvaart verzameld. Het nieuwe boek is geschreven door prof.dr. Louwrens Hacquebord, hoogleraar Arctische en Antarctische Studies aan de Rijksuniversiteit Groningen.

Bron: Walburg Pers

Geplaatst in Boeken | 1 reactie

De reizen van Adriaan van Berkel naar Guiana

Lodewijk Wagenaar, Lodewijk Hulsman en Martijn van den Bel hebben een heruitgave verzorgd van Adriaan van Berkels reisverslag naar Guyana en Suriname uit 1695. Dit verslag biedt een uniek inzicht in de toenmalige Nederlandse kolonies in Zuid-Amerika.

De uitgave verschijnt bij Sidestone Press en bevat een volledige transcriptie van het originele boek uit 1695 en is daarnaast voorzien van een uitgebreide inleiding waarin wordt ingegaan op de historische context van Van Berkels reizen. Behalve een Nederlandstalige editie verschijnt simultaan ook een Engelstalige vertaling. Beide edities zullen in november 2014 verschijnen. In de e-library van de uitgever is het boek als e-book zelfs gratis te lezen.

van-berkel

Het boek is een heruitgave van de reisverslagen van Adriaan van Berkel, die oorspronkelijk in 1695 werden gepubliceerd door de Amsterdamse uitgever Johan ten Hoorn. Het eerste deel beschrijft de avonturen van Adriaan van Berkel in Berbice, het oostelijk deel van het huidige Guyana; het tweede deel geeft een beschrijving van Suriname, de van oorsprong Engelse kolonie die in 1667 in Nederlandse handen was gekomen.

De nieuwe, geannoteerde versie bevat ook een uitgebreide inleiding die de reizen van Van Berkel in een historische context plaatst. Welke schrijvers werden geciteerd in de oorspronkelijke uitgave? Archiefonderzoek werpt nieuw licht op de toenmalige positie van Berbice en de identiteit van de jongeman die in 1670 vanuit Leiden als secretaris afreisde naar Berbice? Zijn vierjarige verblijf en boeiende ontmoeting met de indianen wordt deskundig toegelicht door de twee auteurs, kenners van de lokale inheemse geschiedenis.

In Nederland was er in 1695 weinig bekend over de koloniën in de Guiana’s, het gebied tussen Brazilië en Venezuela. Lodewijk Wagenaar, voormalig conservator van het Amsterdam Museum, biedt in zijn analyse van de krantenberichten uit de periode 1667-1695 een onverwachte hoeveelheid interessante informatie. Zo sluit de berichtgeving over de gewapende strijd met de indianen bijvoorbeeld goed aan bij het verslag van Van Berkel.

Maar hoe zat het eigenlijk met die tweede reis van Adriaan van Berkel, naar Suriname? Het was al eerder bekend dat de landsbeschrijving van Suriname was overgepend van de Nederlandse vertaling van een boekje uit 1667, geschreven door de Engelsman George Warren. Tot voor kort werd aangenomen dat het verhaal over de moord op gouverneur Cornelis van Aerssen in 1688 een oorspronkelijk getuigenverslag was. Uit nieuw onderzoek blijkt echter dat die zogenaamde actuele verslaggeving door de uitgever was overgeschreven van berichten uit de Oprechte Haerlemse Courant. Die tweede reis blijkt dus van begin tot eind een groot verzinsel.

Bron: Sidestone Press

Geplaatst in Boeken | Een reactie plaatsen

Amerikaanse archeologen vinden Nederlands scheepswrak bij Tobago

Onderwaterarcheologen van de Universiteit van Connecticut hebben bij het Caraïbische eiland Tobago mogelijk de resten gevonden van het Nederlandse oorlogsschip ‘t Huis de Kruyningen dat op 3 maart 1677 aan de grond liep.

Het schip maakte deel uit van een eskader dat een Franse aanval op het eiland succesvol afsloeg. Om het bezit over het eiland Tobago, dat destijds in Nederlandse handen was, werd vaker gevochten. In totaal zonken die dag zestien schepen en vielen er maar liefst 2000 doden te betreuren, waaronder naast veel bemanningsleden, ook 300 Afrikaanse slaven en 250 Nederlandse vrouwen.

De slag bij Tobago, 3 maart 1677. Detail van gravure door Romeyn de Hooghe (Collectie Rijksmuseum)

De slag bij Tobago, 3 maart 1677. Detail van gravure door Romeyn de Hooghe, 1677 (Collectie Rijksmuseum)

‘t Huis de Kruyningen of simpelweg Kruyningen was het grootste schip binnen het Nederlandse eskader onder leiding van commandeur Binckes. Het was bewapend met 56 stukken geschut en voerde doorgaans een bemanning van 290 man aan boord. Op de dag van de slag waren dit er slechts 128. Het schip leverde desondanks een korte, verbeten strijd met het veel zwaarder bewapende Franse vlaggenschip Le Glorieux onder leiding van vice-admiraal de graaf d’Estrées. Le Glorieux had 72 stukken geschut en 450 man aan boord. Roemer Vlack, de kapitein van de Kruyningen, zou uiteindelijk opdracht hebben gegeven om de kabels te kappen en daarmee het brandende schip aan de grond te zetten.

“Den derden Maert’s Woensdaeghs, vertoonde (tegen ons vermoede) de Franschen haer onder zeyl, ende quamen heel furieux de Bay in, attacqueerde onse Vloot, halvemaens wijse geposteert, gelijck met het Fort, veertien seylen sterck, waer van ses de swaerste ons passeerden en abordeerden, terwijl vier andere minder Oorlogh-schepen in disordre raeckten, door ons furieus en geduyrigh schieten, en afbleeven; ‘t Schip van den Admirael d’Estrée abordeerde ‘t Schip Kruyningen, al waer wedersijts een korte tijt wel gevochten wiert, maer door ‘t schieten der Fransen met olylappen, wassen, brant-kaerssen, &c. vatten de vlam in een à twee van de Hollantsche Schepen die niet konnen wijcken, als tegen strandt ongeluckelijck, meest alle met de Fransche Admirael, Vice-Admirael, en eenige anderen t’samen verbranden; ‘t Schip van den Admirael Binckes wiert gedrongen, nevens den Vice-Admirael Constant, die de Vloot commandeerde (terwijl den Heer Binckes alles aen lant gouverneerde) op strant te setten, om eenige schooten die se onder water hadden, en om de vlammen te ongaen.”

– citaat uit ‘Afbeeldingh der heete rescontre te Water en te Lant op het Eylandt Tabago, tusschen den Fransen Admirael d’ Estrée, en den Heer Commandeur Binckes, in de Maenden van February en Maert 1677′, door Romeyn de Hooghe, 1677.

Uiteindelijk brandde de Kruyninge uit. Ook Le Glorieux zou later vergaan, een lot dat menig schip die derde maart trof. De stevige zuidoostenwind dreef de schepen in de baai dicht bijeen, terwijl beide zijden met branderschepen de tegenstander in brand probeerden te steken; met groot gevaar vandien voor de eigen schepen. De slag in de baai duurde bij elkaar vijf uur, toen alle Nederlandse schepen aan de grond waren gelopen of waren uitgebrand. De veel grotere Franse vloot was er weinig beter aan toe, slechts enkele schepen hadden de strijd doorstaan. In de daaropvolgende zes dagen werd ook op het eiland nog gevochten tussen Fransen en Nederlandse troepen, terwijl vanuit het Nederlandse fort op de resterende Franse schepen werd geschoten die de baai weer probeerden uit te steken. Op de negende bereikte Binckes het bericht dat de Fransen de strijd verder staakten. De Franse aanval was definitief afgeslagen.

De slag bij Tobago door P.J. Schotel, 1850 (Collectie Marinemuseum)

Vier voor anker liggende Hollandse schepen vuren op de binnenvallende Franse schepen. Op de voorgrond staan een Frans victualie- en linieschip in brand en drijft een versplinterde sloep. Litho door P.J. Schotel, 1850 (Collectie Marinemuseum)

Onderzoeksleider Kroum Batchvarov doet in UConn Today voor het eerst uitgebreid verslag van de vondst. Veel van het schip zelf is in de subtropische wateren niet overgebleven, maar het duikteam trof op de wrakplaats wel zeven tot acht kanonnen, Delfts aardewerk, potten en pannen, bakstenen, loden kogels en tientallen kleipijpen aan.

De slag tussen een Nederlands en Frans eskader op 1677 (Bron: UConn Today).

Situatieschets van de aanval door het Frans eskader (onder) op het Nederlands eskader van Binkes (boven) bij het eiland Tobago op 3 maart 1677 (Bron: UConn Today).

Het scheepswrak bevindt zich in de Rockley Bay (Roodeklipbaai) bij Scarborough, de hoofdstad van Tobago. Batchvarov verwacht dat met het verdere onderzoek nog drie tot vijf jaar gemoeid zullen zijn. Tijdens een verkenning van de baai met sonar-apparatuur eerder dit jaar troffen de duikers in totaal zestien mogelijke wraklocaties aan, waarvan er dertien inmiddels zijn onderzocht. De vondst van het scheepswrak was daarvan bij verre de grootste en belangrijkste vondst. Tijdens de verkenning werden verder een 17de- of 18de-eeuws anker, een stapel ballast en de resten van een stoomschip uit de 19de of 20de eeuw aangetroffen.

Het plan is om de opgedoken voorwerpen uiteindelijk tentoon te stellen in het plaatselijk museum. Toestemming voor het onderzoek werd door de regering van Trinidad en Tobago verleend aan de Rockley Bay Research Project, een gezamenlijk project van de Universiteit van Connectitut en het Institute of Nautical Archaeology.

Voor persbureau ANP liet onderwaterarcheoloog Martijn Manders van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed weten “verrast” te zijn door de bekendmaking van de vondst. “Ik verwacht dat de onderzoekers contact opnemen met onze overheid, zeker als men daadwerkelijk gaat graven. Dan komen ze uiteindelijk bij ons uit”. Manders benadrukte dat het scheepswrak nog altijd Nederlands eigendom is.

Geplaatst in Nieuws | Een reactie plaatsen