Onlangs verschenen: De tegenaanval

cover De tegenaanvalHenk Bussemaker en Janet van Klink, De tegenaanval. Anton Bussemaker (1900-1941) Onderzeebootcommandant
Walburg Pers
256 blz.
24,95 euro
ISBN: 978-94-62491-52-6

De Nederlandse onderzeeboot Hr.Ms. O 16 behaalde in de nacht van 11 op 12 december 1941 het eerste belangrijke succes van de geallieerden na de Japanse aanval op Pearl Harbor: de onderzeeboot torpedeerde vier Japanse troepentransportschepen. Commandant Anton Bussemaker (1900-1941) kreeg hiervoor – postuum – de Militaire Willems-Orde uitgereikt want de O 16 liep op 15 december 1941 op een mijn. Slechts één bemanningslid overleefde dit drama. Al kort na de Tweede Wereldoorlog inspireerde het verhaal van de O 16 romanschrijvers, maar de werkelijkheid was anders. Nabestaanden Henk Bussemaker en Janet van Klink beschrijven in De Tegenaanval 75 jaar na het begin van de oorlog in Nederlands-Indië aan de hand van archiefmateriaal en persoonlijke brieven het echte levensverhaal van de commandant van de legendarische O 16.

Geplaatst in Boeken | Een reactie plaatsen

Lancering Maritiem Portal

Op vrijdag 18 november werd in het Trippenhuis in Amsterdam het Maritiem Portal gelanceerd. Het portal biedt toegang tot de deelnemende instellingen en wil maritiem geïnteresseerden op de hoogte stellen van maritiem gerelateerd nieuws, zowel wat betreft het verleden als het heden.

De Nederlandse Vereniging voor Zeegeschiedenis is een van de maritiem-historische instellingen die het portal ondersteunt en afgevaardigden van het bestuur waren dan ook aanwezig bij de feestelijke ‘doop’; een middag met lezingen, voorgezeten door Anita van Dissel (Universiteit Leiden). Tot slot werd de symbolische tewaterlating van het portal verricht door Reginald Visser (Samenwerkende Maritieme Fondsen).

opening-portal

Bij de opening waren veel belangstellenden aanwezig

Lezingen werden verzorgd door mensen van verschillende instellingen. Jelle van Lottum (Huygens ING) opende met een toespraak over de complexiteit van de bronnen waarop maritiem onderzoek is gebaseerd. Het portal zou deze grote diversiteit aan bronnen bijeen moeten brengen, en reiken van initiatieven van amateurs tot wetenschappelijke projecten. Na deze lezing leidde Rik Hoekstra (Huygens ING) de aanwezigen door de website rond, en had het publiek gelegenheid om vragen te stellen. Hierbij lichtte hij toe dat het portal zoals het nu online te zien is, in de toekomst nog zal worden uitgebreid. Er ligt wat dat betreft nog veel open en suggesties vanuit het publiek, zowel in de zaal als online, worden dan ook verwelkomd. Na deze virtuele rondleiding gaf Willemien van de Langemheen (Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed) een presentatie over de activiteiten van RCE op het gebied van tastbaar maritiem erfgoed, met name de onderwaterarcheologie. Ze benadrukte hierbij hoe belangrijk het is dat de officiële instellingen goede banden onderhouden met plezierduikers.

mardoc

Presentatie van Pieter Jan Klapwijk

Tot slot gaf Pieter Jan Klapwijk (Maritiem Museum Rotterdam) een overzicht van de geschiedenis van Maritiem Digitaal, waarop Nederlandse musea die zich met maritieme geschiedenis bezighouden hun collecties delen. Hiernaast presenteerde hij de mogelijkheden voor de verdere ontwikkeling van Maritiem Digitaal in de toekomst.

opening

De symbolische tewaterlating van het Maritiem Portal door Reginald Visser

Na deze lezingen werd het Maritiem Portal officieel geopend door Reginald Visser namens de Samenwerkende Maritieme Fondsen. In de aanstaande maanden bevindt het portal zich in een testfase; commentaar van gebruikers is in deze periode extra welkom. Op 17 maart 2017 wordt deze eerste fase afgesloten en zal de organisatie de plannen voor de volgende fase presenteren.

Momenteel biedt het Maritiem Portal een aantal functies die al geruime tijd onderdeel zijn van de website van de Nederlandse Vereniging voor Zeegeschiedenis: maritiem-historisch nieuws, een agenda van maritiem-historische activiteiten in het land, en een overzicht van links naar digitale databases en online bronnen. In de toekomst krijgt de Nieuwe Maritieme Geschiedenis van Nederland een prominente plaats op het Maritieme Portal. In de Nieuwsbrief van het Portal kan meer gelezen worden over de plannen voor de invulling van de website.

Door het Maritiem Portal te ondersteunen hoopt de Nederlandse Vereniging voor Zeegeschiedenis de samenwerking met andere maritiem-historische organisaties te bevorderen, leden van andere maritiem-historische verenigingen te betrekken bij de Nederlandse Vereniging voor Zeegeschiedenis, en ook geïnteresseerden in de hedendaagse maritieme wereld te bereiken die zich nog niet bezighouden met de geschiedenis van de zeevaart. De Nederlandse Vereniging voor Zeegeschiedenis wenst het Maritiem Portal dan ook een behouden vaart.

Geplaatst in Blog, Nieuws | Een reactie plaatsen

Najaarsbijeenkomst 2016 in Veendam

Op 12 november 2016 vond de Najaarsbijeenkomst van de Nederlandse Vereniging voor Zeegeschiedenis plaats. Op een koude najaarsochtend toogden leden van de vereniging naar het Veenkoloniaal Museum in Veendam voor de halfjaarlijkse ledenvergadering, een bijzonder onderhoudende lezing over het maritieme verleden van Veendam door de directeur van het museum Hendrik Hachmer, die hiernaast een mooie rondleiding verzorgde door het museum en de aanwezigen meenam naar de begraafplaats waar de grafstenen getuigen van een maritiem verleden. Hieronder volgt een impressie van de dag.

Geplaatst in Foto-impressie, Nieuws, Voor leden | Een reactie plaatsen

Gemeentearchief Vlissingen digitaliseert opnieuw maritiem-historische bronnen

Het Gemeentearchief Vlissingen beheert sinds een aantal jaren het archief van de Koninklijke Maatschappij De Schelde, een van de grootste Nederlandse scheepswerven ooit, inmiddels overgegaan in het Damen concern. Het Schelde Archief bevat, naast documenten van de directie en de diverse afdelingen, ruim 120.000 negatieven en zo’n 20.000 technische tekeningen. Dankzij de hulp van vrijwilligers kan het Gemeentearchief Vlissingen regelmatig delen van dit archief publiceren.

In 2014 kon met gepaste trots worden gemeld dat het eerste deel van het tekeningenproject (toegangsnummer 506) was afgerond. Het ging om circa 2.400 tekeningen van machines en ketels, daterend vanaf 1846, die in het kader van Open Cultuur Data gratis te downloaden zijn.

zeeland

Een dwarsdoorsnee van het pantserdekschip Zeeland.

Op de achtergrond werd doorgewerkt om vervolgens ook de tekeningen van marine- en koopvaardijschepen en het fotoarchief beschikbaar te stellen. Nu, twee jaar later, is het tijd om status en toekomstplannen ervan aan te geven. Dit jaar is allereerst het unieke Memoriaal van de Marine, van mede-oprichter van De Schelde en hoofdingenieur bij de Marine Bruno Tideman, digitaal gepubliceerd. Op de Open Archievendag werd het vervolg van het tekeningenproject bekend gemaakt: de online publicatie van tekeningen van marineschepen, gebouwd tussen 1876 en de jaren vijftig van de twintigste eeuw (toegangsnummer 532).

Een deel overlapt tekeningen die bewaard worden bij het Nationaal Archief, maar nieuw zijn bijvoorbeeld de tekeningen van de Poolse onderzeeboot Orzel en van schepen die tijdens de Tweede Wereldoorlog voor de  Duitse Kriegsmarine werden gebouwd. Bij de tekeningen horen beschrijvingen en er wordt ook gelinkt naar de weblog van het gemeentearchief. Verder zijn ruim 4.000 gedigitaliseerde glasnegatieven – van schepen in aanbouw, machines en ketels, werkende mensen, gebouwen en hellingen, daterend van het einde van de negentiende eeuw tot aan 1940 – op het Internet geplaatst (toegangsnummer 513).

513-3100-waterpijpketelskruiserderuyter

Ketels van de kruiser De Ruyter.

Veel tekeningen hebben last van verzuring of vochtschade, carbondoorslagen worden op den duur onleesbaar. Digitalisering kan dat voor een deel oplossen. Het Schelde Archief heeft 170 notulen- en vier brievenboeken van administratief directeur Jos van Raalte uit de periode 1878-1909. Als proef zijn die laatste vier brievenboeken nu gedigitaliseerd  en gepubliceerd (toegang 214, inv.nrs. 302-305). De tekst is niet altijd goed leesbaar vanwege de slechte staat en het handschrift, maar deze bronnen tonen duidelijk hoe grote Nederlandse ondernemingen onderling afspraken maakten en hoe er over leveranciers en klanten werd gedacht. Ze zijn pas online gezet en de Nederlandse Vereniging voor Zeegeschiedenis heeft de primeur van dit nieuws. Als extraatje is er bovendien een pak archiefstukken uit de jaren 1874-1884 gepubliceerd (toegangsnummer 214.1345), met informatie over gebouwen, de machines die zich erin bevonden en hun gezamenlijke waarde.

214-302-0026

Voorbeeld van brieven van dhr. Van Raalte.

Wat gaat er in de toekomst nog gebeuren? Allereerst de voltooiing van het tekeningenproject. Het derde deel bevat koopvaardijschepen, o.a. van de Rotterdamse Lloyd, en enkele civiele werken. Verder de voortzetting van het fotoarchiefproject, beschrijving en digitalisering van de bestekken van scheeps- en machinebouw, en last but not least, de digitalisering van de serie brievenboeken.

Op de website van het Gemeentearchief Vlissingen is aan de rechterkant onder meer het veld “archieven en collecties” zichtbaar. Via klikken op dit veld komt de bezoeker in een algemeen overzichtsscherm. Klik vervolgens op een van de onder Thema’s vermelde items en een subpagina wordt geopend met alle beschikbare Schelde-collecties. De foto’s zijn opgenomen in de Beeldbank. Wie bladeren wil door de toegangen, kan dat doen via de overzichtspagina en het zoekscherm rechtsboven daarin.

Volg de nieuwste ontwikkelingen op het weblog van het Gemeentearchief Vlissingen, een echte aanrader.

Bron: Ron van Maanen

Geplaatst in Blog, Nieuws | Een reactie plaatsen

Najaarsnummer Tijdschrift voor Zeegeschiedenis

Het najaarsnummer van het Tijdschrift voor Zeegeschiedenis begint deze keer met een terugblik door Erik Rovers op 100 jaar Stichting Ondersteuningsfonds Nationaal Instituut voor Scheepvaart en Scheepsbouw (NISS). In het tweede artikel vraagt Björn Quanjer zich af hoe de ontwikkelingen in de walvisvaart tussen 1660 en 1670 de positie van de commandeurs veranderde en of deze commandeurs zich als gevolg hiervan verder specialiseerden in de walvisvaart of dit juist combineerden met de vrachtvaart. Bas de Groot, tenslotte, toont ons de fascinerende wereld van de Nederlands-Duitse samenwerking op het gebied van scheepsbouw in de periode 1922-1945. Remmelt Daalder blikt terug op de begindagen van Het Scheepvaartmuseum in 1916 en Peter Swart schrijft over de ontdekking van het scheepswrak van het Huis te Warmelo in Finse wateren. Vanzelfsprekend worden ook weer tientallen publicaties besproken.

De papieren versie wordt omstreeks 11 november bij alle abonnees in de brievenbus bezorgd, maar het Tijdschrift is nu al in digitale vorm verschenen om online te lezen of te downloaden op uw computer. Abonnees die hun e-mailadres hebben doorgegeven aan het secretariaat, ontvangen automatisch een bericht zodra de digitale versie is verschenen. Bent u lid en wilt u, naast de gebruikelijke papieren editie, ook de digitale versie van het Tijdschrift ontvangen? Vul dan onderstaand formulier in. U ontvangt dan, naast de nieuwsbrief Acht Glazen, voortaan ook berichten over het Tijdschrift direct in uw e-mailbox.

Bent u nog geen lid van de Nederlandse Vereniging voor Zeegeschiedenis? Meldt u zich dan vandaag nog aan.


Toestemming gebruik e-mailadres
De Nederlandse Vereniging voor Zeegeschiedenis maakt in toenemende mate gebruik van digitale middelen om met haar leden te communiceren. Hiermee besparen wij op verzendkosten, maar kunnen wij u ook vaker en sneller van relevante informatie voorzien. Wij zijn verplicht vooraf uw toestemming te vragen om uw e-mailadres te mogen gebruiken voor het toesturen van digitale berichten zoals uitnodigingen voor de ledenbijeenkomsten, de nieuwsbrief Acht Glazen en de digitale editie van het Tijdschrift voor Zeegeschiedenis.


Geplaatst in Nieuws, Voor leden | Een reactie plaatsen

Maritiem Museum digitaliseert Scheepsmetingsregister

scheepsliggers

De registerboeken of scheepsliggers in het Maritiem Museum Rotterdam.

De handgeschreven registerboeken van de Scheepsmetingsdienst uit de collectie van de bibliotheek van het Maritiem Museum Rotterdam zijn vanaf heden digitaal raadpleegbaar via de
museumwebsite. Met de digitalisering van dit register maakt het museum een lang verwachte wens in vervulling om deze metingen van 1899 tot en met 1989 voor een groot publiek online toegankelijk te maken en de informatie te behouden voor toekomstige generaties.

Mijlpaal
Met de digitalisering van het Scheepsmetingsregister heeft het Maritiem Museum Rotterdam een mijlpaal bereikt. Hoofd informatiebeheer Ben Min: “Door de digitalisering is deze belangrijke bron over de binnenvaart voor iedereen via het internet toegankelijk. De boeken hoeven nu niet meer fysiek nageslagen te worden, wat het behoud van deze historische bron ten goede komt.”

Online zoekmachine
Aan de hand van het nummer van de meetbrief, het liggernummer, kan men de betreffende handgeschreven meting terugvinden. In de liggers kan men lezen waar en wanneer een schip gebouwd is, wie de eigenaren waren en of het schip in de tijd nog
verlengd of verkort is dan wel gesloopt. De brandmerkboeken geven weer een ingang om de liggernummers van het betreffende schip te vinden.

Unieke collectie museumbibliotheek
De bibliotheek van het Maritiem Museum is de oudste en meest omvattende collectie op maritiem gebied in Nederland. De bibliotheek bestaat sinds 1857. Toen was het nog een kleine boekenverzameling in de modellenkamer van de Koninklijke Nederlandsche Yacht-Club. Inmiddels is de bibliotheek uitgegroeid tot een omvangrijke wetenschappelijke en waardevolle collectie. Behalve internationale literatuur over scheepvaart, scheepsbouw, haven en offshore beheert de museumbibliotheek een aantal omvangrijke boeken- en tijdschriftencollecties, waaronder de collectie oude drukken van de Rotterdamse
verzamelaar dr. W.A. Engelbrecht. In 2008 is het handgeschreven register van de Scheepsmetingsdienst overgedragen aan het Nationaal Archief en in langdurige bruikleen gegeven aan het Maritiem Museum Rotterdam.

Bron: Maritiem Museum

Geplaatst in Nieuws | Een reactie plaatsen

“Varen en vertellen en varen en verbeelden”: een interview met hoogleraar Michiel van Groesen

Op 30 september 2016 sprak Michiel van Groesen zijn oratie Een zee van mensen uit ter aanvaarding van het ambt hoogleraar Zeegeschiedenis aan de Universiteit Leiden.

Michiel van Groesen.png

Michiel van Groesen tijdens zijn inaugurele rede in Leiden.

Van Groesen, gepromoveerd op de reisverslagencollectie van de uitgever De Bry, doceerde voor zijn aanstelling in Leiden als universitair hoofddocent Vroegmoderne Geschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam.

In zijn oratie benadrukte hij het belang van een cultuurhistorische benadering van de zeegeschiedenis, waarbij hij bovendien de wens uitsprak om meer internationale verbanden te leggen om het Nederlandse maritiem-historische onderzoek in een breder perspectief te plaatsen.

Suze Zijlstra sprak hem namens de Nederlandse Vereniging voor Zeegeschiedenis over zijn ideeën over de toekomst van de maritieme geschiedenis in Nederland.

Waarom zeegeschiedenis?

amsterdams-atlantic

Michiel van Groesens recente boek over Nederlands-Brazilië.

In 2007 ontving ik een Dr. Ernst Crone Fellowship van Het Scheepvaartmuseum, dat waren eigenlijk mijn eerste actieve stappen in het maritieme veld. Ik was bijzonder onder de indruk van de brede belangstelling en de kennis van het maritieme verleden die hier in Nederland ook buiten de muren van de universiteit bestaan. Sindsdien heeft dat mijn ogen geopend voor de potentie van het maritieme onderzoek. Mijn onderzoek in de collectie van Het Scheepvaartmuseum is de aanzet geweest voor het boek waar ik de afgelopen jaren mee bezig ben geweest: Amsterdam’s Atlantic. Dit boek gaat over Nederlands-Brazilië, een van de belangrijkste onderwerpen van de Gouden Eeuw waar we in Nederland eigenlijk heel weinig vanaf weten. Ik denk dat dit onderzoek is dat ook voor mensen met maritieme belangstelling heel erg interessant kan zijn.

Na mijn fellowship ben ik gevraagd om lid te worden van het bestuur van de Linschoten-Vereeniging en enige tijd daarna werd ik gevraagd voorzitter te worden van deze vereniging, dat doe ik nu nog steeds met heel veel plezier. Ik heb ontzettend veel met reisverslagen gewerkt, zeker ook tijdens mijn proefschrift over de collectie van De Bry. Hierin staan alle canonieke Nederlandse reisverslagen, met name uit de periode van de voorcompagnieën en iets daarna. Eigenlijk heb ik dus heel veel te danken gehad aan de publicaties van die vereniging en dat maakt dat ik erg vereerd was dat ik gevraagd was als bestuurslid en daarna als voorzitter. De hoeveelheid manuscripten die worden aangeleverd is groot; we hebben nu uitgaven gepland tot het jaar 2022. Dit laat zien dat de interesse in zeegeschiedenis heel groot is. We zijn dan ook een vereniging met heel veel leden, wat te danken is aan het feit dat het Nederlandse reisverslag nog steeds erg tot de verbeelding spreekt. Ze worden veel gelezen en veel gebruikt. De reisverslagen die tegenwoordig uitkomen in de reeks zijn eigenlijk vrijwel uitsluitend verslagen van onbekende reizigers, maar die reisverslagen bieden elke keer opnieuw een nieuwe blik op de wereld.

Wat zou je willen dat mensen meenemen uit je oratie?

Zeegeschiedenis gaat hopelijk in de toekomst niet alleen over varen en vechten en varen en verdienen, maar ook over varen en vertellen en varen en verbeelden. Dat laatste is met name iets waar ik zelf veel onderzoek naar heb gedaan. Het zegt iets over de maritieme identiteit in Nederland en over de perceptie van mensen in de zeventiende eeuw, maar ook in andere tijdvakken: wat voor relatie hadden mensen tot de zee, en wat vonden ze van wat er gebeurde op zee? Natuurlijk zie je een dergelijke interesse al in musea, dus mijn oratie kan ook aanleiding geven om de banden met musea en Leidse erfgoedinstellingen zoals de Universiteitsbibliotheek, maar ook het Nationaal Archief, nog verder te verstevigen. Deze instellingen zijn heel natuurlijke partners voor ons.

Maritieme schilderkunst hoort bijvoorbeeld ook bij cultuurgeschiedenis van de zee, maar er zijn tegenwoordig maar heel weinig plekken waarvoor je hiervoor specifiek een opleiding kan krijgen, omdat opleidingen kunstgeschiedenis aan zeeschilderkunst eigenlijk heel weinig aandacht besteden. Om goed te begrijpen wat de schilderijen zijn en hoe ze in die tijd werden gewaardeerd moet je dat combineren met andere bronnen. Dat combineren van bronnen is denk ik heel belangrijk, en in dat opzicht zijn we wat betreft de universiteit van toegevoegde waarde omdat we juist met die geschreven bronnen veel doen.

Hoe zie je jouw rol als hoogleraar Zeegeschiedenis?

Ik geloof er erg in dat de hoogleraar Zeegeschiedenis inspirerend moet zijn, mijn onderzoek moet mensen op ideeën kunnen brengen. Het is belangrijk dat wij als professioneel historici aan de universiteit ons rekenschap geven van de enorme brede maritieme kennis die er is binnen en buiten universiteit. De vraag wordt dan urgent: wat is onze taak als historici aan de universiteit? Het is goed om te laten zien waarom we bepaalde dingen wel goed weten, waarom we ons dingen heel goed herinneren uit het maritieme verleden, en waarom er andere zwakke plekken zijn waarover we niet zoveel weten.

Nieuws over de verovering van Paraiba in 1634.

Nieuws over de verovering van Paraiba in 1634 onder leiding van admiraal Jan Lichthart (Klik op de afbeelding om verder in te zoomen.)

Dit zie je goed in mijn boek over Brazilië: we weten veel over zeehelden zoals Piet Hein. Maar in de Gouden Eeuw was iemand als Jan Lichthart enorm bekend. Hij was eigenlijk de belangrijkste admiraal van Nederlands-Brazilië. Dat we daar niets van weten dat is heel raar, want als je de kranten uit die tijd ziet of verslagen van reizigers zoals Joan Nieuhof of andere reizigers naar Brazilië, dan wordt die naam voortdurend genoemd. Hoe kan het dat we die naam niet meer herinneren? Wat is er misgegaan, waarom is hij vergeten? Dat zijn mechanismen die denk ik alleen door professionele historici kunnen worden blootgelegd. Dan gaat het dus niet alleen om de canonisering, maar ook wat er ergens in de loop van de tijd vergeten is geraakt. Waarom herinneren we het een wel en het andere niet?

Verder is het belangrijk om de Nederlandse zeegeschiedenis in een breder internationaal kader te plaatsen. Een vergelijking tussen de Nederlandse en Engelse maritieme geschiedenis zou bijvoorbeeld veel beter voor het voetlicht brengen wat er nou zo specifiek en eigen is aan juist dat Nederlandse maritieme verleden. Een ander potentieel bijzonder rijk onderwerp is de maritieme cartografie. Daar is natuurlijk al in musea onderzoek naar gedaan, maar als je dat in een wat groter wetenschappelijk internationaal vergelijkend verband doet kan je tot andere, nieuwe resultaten komen. Dat is denk ik ook de taak van de hoogleraar: om de lacunes en nieuwe benaderingen te laten zien en op die manier dus inspirerend te zijn.

Tot slot is het erg belangrijk dat je vanaf deze positie het best overzicht hebt over welke jonge mensen talentvol zijn en hoe je ze op de beste manier kunt opleiden zodat ze ook in de toekomst actief blijven in dit veld, hetzij aan de universiteit, hetzij in musea, hetzij anders als liefhebbers van maritieme geschiedenis. Dat is denk ik de belangrijkste taak voor de hoogleraar Zeegeschiedenis: zorgen dat er aanwas komt en blijft voor dit type onderzoek.

Wat kan je als hoogleraar, en wat kunnen wij als Nederlandse Vereniging voor Zeegeschiedenis, doen om jonge historici aan te spreken?

Alle historische verenigingen worstelen natuurlijk met het vraagstuk. Je moet eraan denken dat jongeren vooral geïnteresseerd zijn in het verleden als er connecties te maken zijn met het heden. Dat merk je aan de opleiding geschiedenis aan de universiteit heel goed. Je moet dus creatief zijn in je onderwijs en je begeleiding van studenten om hen de relevantie te laten zien van wat ze leren over het verleden. Hoe relevanter het lijkt, hoe meer belangstelling ze krijgen. Het is ontzettend ingewikkeld om dat te doen en dat is toch iets waar we ons bewust van moeten zijn, want op die manier trek je mensen aan, en hou je jonge mensen betrokken bij het onderzoek. Dat is ook iets om bij de Nederlandse Vereniging voor Zeegeschiedenis over na te denken, in de programmering van lezingen bijvoorbeeld. Naast het gebruik van zaken als social media is dat de inhoudelijke manier om jongeren geïnteresseerd te krijgen. Maar jonge generaties hebben zo veel interessants waarin ze zich kunnen verdiepen, je hebt het rijk niet alleen. Dus mensen die echt belangstelling hebben voor maritieme geschiedenis die moet je koesteren.

Geplaatst in Blog, Nieuws | Een reactie plaatsen