Friese scheepvaart in Harlingen

In Harlingen, de grootste havenstad van Friesland, vervult het Hannemahuis zowel de rol van stadsmuseum als van gemeentearchief. Uit haar grote collectie stelt ze regelmatig nieuwe tentoonstellingen samen. Sinds kort is er een nieuwe expositie te bezichtigen, “Water en vuur”, waarin twee eeuwen Friese koopvaardijgeschiedenis worden belicht. De redactie vroeg aan Jeanine Otten, collectieregistrator en beheerder oud archief, om deze expositie wat nader toe te lichten.

affiche Water en Vuur lowres

Tot en met 26 oktober 2014 is in Museum het Hannemahuis in Harlingen de expositie Water en vuur: Friese koopvaardij 1650-1850 over twee eeuwen geschiedenis van de Friese koopvaardij, de handelsvaart met behulp van schepen. Harlingen en andere plaatsen in Friesland, zoals Woudsend, Stavoren en Lemmer, speelden eeuwenlang een belangrijke rol in de Sontvaart, de koopvaardij op de Oostzee. Kaas, ballast, dakpannen, bakstenen en stukgoederen, maar ook producten van de Atlantische kust zoals indigo, olijfolie en wijn, gingen naar de steden aan de Oostzee. Op de terugreis namen de schepen tarwe, rogge, vlas, hennep, maar vooral ook hout, balken en duigen mee.

Naast de geschiedenis van de koopvaardij vanuit Friesland tussen 1650 en 1850 toont het Hannemahuis de impact die de Engelse aanval in augustus 1666 op Vlieland, Terschelling en Harlingen had. 150 tot 170 vooral Nederlandse koopvaardijschepen werden door Engelse oorlogsschepen in brand werden gestoken. Op de Waddenzee bij Vlieland lagen deze schepen te wachten tot de omstandigheden geschikt waren om uit te varen. Door de oorlog tussen Engeland en Nederland liep het anders. De Engelsen stuurden oorlogsschepen en zogenoemde branders, door henzelf in brand gestoken schepen, op de Nederlandse koopvaarders af en die gingen bijna allemaal bij Vlieland ten onder. De volgende dag ging het huidige West-Terschelling in vlammen op. Naar verhouding is er weinig bekend over deze dramatische gebeurtenis uit de vaderlandse geschiedenis.

Dat koopvaardijschippers en hun bemanning ook in vredestijd aan grote gevaren blootstonden, blijkt uit het verhaal over kapitein Claas Doedes. Op de tentoonstelling is zijn ontroerende brief te zien die hij in september 1804 vanuit Riga stuurde aan zijn hoogzwangere echtgenote Gezina Harmens Mulder in Harlingen. Hij schrijft haar dat hij in de winter niet bij haar thuis kan zijn, omdat hij een vracht van masten en hennep naar Frankrijk moet brengen. Hij stuurt haar wat geld en wat souvenirs uit Riga en hoopt dat hij bij terugkomst zijn vrouw en kind aan zijn hart mag drukken. Dat is helaas nooit gebeurd, want Claas Doedes kwam op weg naar Morlaix in Frankrijk in een vliegende storm in november 1804 om het leven, samen met dertien van de achttien bemanningsleden van zijn schip Elisabeth.

Verder toont het Hannemahuis een groot aantal 19de-eeuwse scheepsportretten, die bekende scheepsportrettisten als Jacob Spin en Dirk Anton Teupken in opdracht van de kapiteins maakten. Daarnaast zijn er zeekaarten, scheepsmodellen, souvenirs, afbeeldingen van pakhuizen en andere objecten te zien.

Meer informatie: www.hannemahuis.nl.

Dit bericht werd geplaatst in Blog. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s