Over grote en kleine (maritieme) musea in het Noorden

Volgens een oude gewoonte kiest de Nederlande Vereniging voor Zeegeschiedenis als locatie voor haar ledenvergaderingen steeds een ander (maritiem) museum. Niet lang geleden bezochten de leden daarom Veendam en Harlingen. Deze keer is gekozen voor Zaandam. Dat ligt voor de meesten waarschijnlijk dichterbij huis. Misschien ligt een nieuw bezoek aan het Noorden voor de toekomst wat minder voor de hand, maar over de musea daar valt genoeg nieuws te vertellen.

De musea in Friesland en Groningen voor wie maritieme geschiedenis bij hun historisch verhaal hoort vallen in drie groepen uiteen. Twee vermelden “scheepvaartmuseum” uitdrukkelijk in hun naam: het Noordelijk Scheepvaartmuseum (NSM) in Groningen en het Fries Scheepvaartmuseum (FSM) in Sneek. Twee andere musea geven veel aandacht aan scheepvaart, maar besteden daarnaast ook veel aandacht aan andere thema’s uit de geschiedenis van de eigen stad en streek: het Hannemahuis in Harlingen en het Veenkoloniaal Museum in Veendam. De derde en laatste groep betreft kleine musea die ingaan op het visserij- of zeilvaartverleden van de eigen streek, van Paesens- Moddergat, Zoutkamp, Termunterzijl of Nieuwe Pekela. Het Muzeeaquarium in Delfzijl, met zijn aandacht voor schelpen, levende vissen en een beetje scheepvaart past niet goed in dit rijtje.

Landelijk zijn enkele maritieme musea afgestapt van een verhaal dat alleen over scheepvaart gaat; zo veranderde in Vlaardingen het Visserijmuseum haar naam in Museum Vlaardingen en kreeg de ontwikkeling van de stad er voortaan minstens zoveel aandacht als de visserij. In Groningen heeft het NSM daar ook voor gekozen. De naam van het museum, een inmiddels toch breed bekende merknaam, gaat veranderen in Museum aan de A. Wat voor ruimte erover zal blijven voor de historie van de Groningse scheepvaart zal moeten blijken, maar het lijkt erop dat daarvoor in het tot nu toe grootste maritieme museum in de provincie Groningen veel minder ruimte over zal blijven. Bij het FSM, dat in 2018 tachtig jaar bestond en daarom een jubileumjaar vierde, is daar geen sprake van, maar zij richt zich vooral op de Friese scheepvaart en niet zozeer op de twintigste eeuwse kustvaart. Wie gaat in de toekomst de geschiedenis van de coasters – de moderne opvolgers van zeilende kustvaarders als de smakken en koffen – oppakken?

Gersom

Coasters als de in 1958 gebouwde Gersom van reder Geert Leinenga uit Delfzijl waren in zekere zin de koffen en smakken van de twintigste eeuw, maar met een eigen historie

Misschien zou dat iets voor het Veenkoloniaal Museum kunnen zijn, want de Groningse veenkoloniën waren in de negentiende en twintigste eeuw erg betrokken bij de kustvaart, qua rederijen, bemanningsleden en scheepsbouw. In het huidige collectieplan worden vier kernpunten vermeld: het Mesolithicum, vervening, de Veenkoloniale zeevaart en landbouw en landbouwindustrie. Recent is de samenwerking met bv. het FSM wel gegroeid, wat in 2018 bleek uit het meevaren van de Familietrouw, het museumschip, in de vloot historische zeilschepen bij het project Hout-Vaert, dat symbolisch een lading hout vervoerde van Dokkum naar IJlst. Ook droeg het FSM de collectie Flonk over, een collectie bestaande uit objecten die Albert Flonk – de in 2016 overleden oud-conservator van het Terschellinger museum ’t Behouden Huys – privé had verzameld. Omdat de verzameling geen band had met Friesland, schonk het FSM de Riganappen scheepsportretten, scheepskisten en andere zaken aan het Veenkoloniaal Museum. Een mooi voorbeeld van collegeale collectiemobiliteit. Het Veenkoloniaal Museum ondersteunt op zijn beurt het Kapiteinshuis, een klein museum in Nieuwe Pekela, door elk jaar een tentoonstelling te organiseren en te helpen bij het digitaal registreren van de collectie en het digitaliseren van foto’s via de Beeldbank Groningen.

Voorkant Kapiteinshuis

Het Kapiteinshuis in Nieuwe Pekela, gezien vanaf het museumschip Familietrouw

Een ander die het kustvaartverhaal kan oppakken is het Hannemahuis in Harlingen, een stad die eeuwenlang betrokken was bij de houtvaart van Scandinavië naar Nederland. Het Hannemahuis heeft dit jaar een verbouwing ondergaan waarbij het via een nieuwe ingang verbonden is met andere panden: door het verbinden van het gemeentearchief en –museum met de bibliotheek en een grote boekenwinkel is er een soort “Huis van Geschiedenis” tot stand gekomen. Het Muzeeaquarium in Delfzijl komt er niet voor in aanmerking; daarvoor is het onderdeel scheepvaart in haar collectie te klein en de behuizing in een grote bunker uit de Tweede Wereldoorlog te weinig flexibel om veel nieuwe objecten over kustvaart een plek te kunnen geven.

Voorkant Hannemahuis

De nieuwe ingang van het Hannemahuis: het Gemeentearchief en Gemeentemuseum in Harlingen

En dan zijn er de kleine maritieme musea: het Fiskershúske in het dubbeldorp Paesens-Moddergat, de Visserijmuseums in Zoutkamp en Termunterzijl en het al genoemde Kapiteinshuis in Nieuwe Pekela. Het Fiskerhúske maakt door de inrichting van vier authentieke vissershuisjes het leven van de vissers van het Wad goed voorstelbaar. In 2018 is het museum begonnen met het digitaal registreren van haar objecten, om zo haar collectie bekender te maken. Hans Groeneweg, oud-conservator van het Fries Museum en oud-hoofd van het Fries Verzetsmuseum, volgde per 1 mei 2019 Ihno Dragt als directeur-conservator op. Ook in Zoutkamp en Termunterzijl wordt de geschiedenis van dorp en omgeving niet vergeten. Elk van deze kleine musea houdt een of meerdere museumschepen in de vaart. Er is een goede samenwerking en ze bestaan in de allereerste plaats door de steun van veel vrijwilligers. Dat is tevens de reden waarom ze zich niet verenigen in één “groot” kustvisserijmuseum: het zijn dragers van de locale identiteit en zolang er voldoende plaatselijke ondersteuning is, is er geen reden voor fusie. Die steun bleek in januari 2019 duidelijk in Paesens-Moddergat, toen ruim tweehonderd handtekeningen aan de gemeente werden aangeboden voor het behoud van de reddingsbootloods als plek voor een authentieke roeireddingsboot.

Mensen zijn vaak trots op het maritieme verleden van hun dorp of streek. Voor mij als inwoner van Emmen is dat heel duidelijk. Net over de grens ligt Haren-an-Ems en de mensen daar zijn er trots op dat ze een zeevarende gemeenschap zijn. Ook zij hebben een klein maritiem museum en enkele museumschepen, waarmee wordt verteld dat er vanuit deze haven zeilschepen voeren op de Transatlantische vaart, naar Amerika. Hier in Emmen hebben we een museum met oude landbouwwerktuigen. Hoe spannend is dat…

Zie voor lopende en komende tentoonstellingen de links hieronder:

https://www.noordelijkscheepvaartmuseum.nl/nl/

https://www.dvhn.nl/groningen/Museum-aan-de-A-over-historie-van-Groningen-moet-50.000-bezoekers-per-jaar-trekken-24430262.html

https://friesscheepvaartmuseum.nl/

https://www.veenkoloniaalmuseum.nl/nl

http://www.kapiteinshuis.nl/

https://www.hannemahuis.nl/

https://www.muzeeaquarium.nl

http://www.museummoddergat.nl/

https://www.visserijmuseum.com/

http://visserijmuseumtermunterzijl.nl/

Dit bericht werd geplaatst in Blog. Bookmark de permalink .