Najaarsvergadering: 4 november

Op zaterdag 4 november 2017 zal de najaarsvergadering van de Nederlandse Vereniging voor Zeegeschiedenis plaatsvinden. Details over de locatie en het programma worden zo spoedig mogelijk bekend gemaakt. De uitnodiging voor de Najaarsvergadering wordt digitaal verzonden aan leden. Leden melden zich via het onderstaande formulier aan voor deze digitale nieuwsbrief.

Nog geen lid? Aanmelden voor het lidmaatschap kan eenvoudig online.

Aanmeldingsformulier voor de digitale nieuwsbrief Acht Glazen (alleen voor leden):


Toestemming gebruik e-mailadres
De Nederlandse Vereniging voor Zeegeschiedenis maakt in toenemende mate gebruik van digitale middelen om met haar leden te communiceren. Hiermee besparen wij op verzendkosten, maar kunnen wij u ook vaker en sneller van relevante informatie voorzien. Wij zijn verplicht vooraf uw toestemming te vragen om uw e-mailadres te mogen gebruiken voor het toesturen van digitale berichten zoals uitnodigingen voor de ledenbijeenkomsten, de nieuwsbrief Acht Glazen en de digitale editie van het Tijdschrift voor Zeegeschiedenis.


Geplaatst in Nieuws, Voor leden | Een reactie plaatsen

Zomeraanbieding

De Nederlandse Vereniging voor Zeegeschiedenis heeft haar voorraad Tijdschriften voor Zeegeschiedenis en de Mededelingen van de Nederlandse Vereniging voor Zeegeschiedenis geïnventariseerd en komt met de volgende zomeraanbieding:

  • 3 Tijdschriften/Mededelingen voor 10 euro (normaal 5 euro per exemplaar)
  • 10 Tijdschriften/Mededelingen voor 25 euro
  • 1 Complete set Tijdschriften (jaargang 1-33, incl. themanummers en registers, in totaal meer dan 70 exemplaren) voor slechts 150 euro. Upgrade met ook alle voorradige Mededelingen (nummers 28-43) wordt aangeboden voor 175 euro.

Zie voor andere artikelen van de Nederlandse Vereniging voor Zeegeschiedenis ook de webshop. Bestellen kan door een mailtje te sturen naar het secretariaat. Voor alle bestellingen geldt: zolang de voorraad strekt en prijzen exclusief verzendkosten.

Geplaatst in Nieuws | Een reactie plaatsen

Knoesten en bast in het schip van Barentsz

In Harlingen wordt sinds 2010 gebouwd aan een reconstructie van het schip waarmee Willem Barentsz in 1596 op zoek ging naar de Noordoostelijke Doorvaart. Er wordt stevig doorgebouwd, en waarschijnlijk zal de tewaterlating binnen een jaar plaatsvinden. Een goed moment om eens een bezoekje te brengen aan de werf nu het nog mogelijk is om het onderwaterschip goed te bekijken. Op 25 juni 2017 toog ik naar de Friese havenstad om een rondleiding te krijgen van meester-scheepsbouwer Gerald de Weerdt.

Gerald de Weerdt

De werf ligt aan de Nieuwe Willemskade. Het lijkt een beetje afgelegen maar bezoekers weten het over het algemeen prima te vinden. Liefhebbers van historische schepen komen van over de hele wereld, en ook in Rusland krijgt het project meer bekendheid. Daar ligt momenteel het enige echte stuk wrakhout van het oorspronkelijke schip van Barentsz. Een relatief klein stuk (vier bij één meter), maar wel een van groot belang voor de bouw van de reconstructie.

De scheepswerf in Harlingen

Ik loop eerst even naar het bezoekerscentrum waar ik aan een model kan zien hoe het vaartuig er straks uit komt te zien. Het wordt een schip van het type jacht van ongeveer 25 meter lang.

Vervolgens loop ik met De Weerdt mee naar de bouwkeet waar de technische aspecten van de bouw worden voorbereid. De bouwtekeningen liggen op tafel. De Weerdt vertelt over de historische achtergrond van het bouwproject. In de zestiende eeuw werden nog geen bouwtekeningen gemaakt en veel informatie over schepen uit die tijd moet dus worden afgeleid uit archeologische vondsten. Beschrijvingen zijn er ook nauwelijks. Belangrijk is een werk van Nicolaes Witsen uit 1671.

De Weerdt: “Witsen heeft eigenlijk als eerste een beschrijving van de bouw van zo’n schip gegeven. Maar dat is natuurlijk ook al bijna tachtig jaar na Barentsz. Daar zitten dus wel wat haken en ogen aan. Zijn beschrijving is ook moeilijk te ontcijferen. Hij was zelf geen scheepsbouwer en heeft het opgeschreven zoals hij het begreep.”

De tekentafel

Maar Witsen beschreef wel wat hij zag. Hij zag dat schepen niet gebouwd werden door eerst alle spanten erin te zetten, maar door eerst een stuk van de scheepshuid op te bouwen. Bij eerdere scheepsreconstructies was dat niet zo gedaan.

De Weerdt vertelt over de Onrust, een ander historisch schip dat onder zijn leiding is gebouwd: “De Onrust was eigenlijk het eerste schip dat met die oude bouwmethode is gemaakt, maar dit is het eerste schip in Nederland dat zo gebouwd wordt. Die methode is in de vergetelheid geraakt. Het schip in Amerika [de Onrust] was eigenlijk een vingeroefening voor dit schip. De Onrust is ook een stukje kleiner. Die is in ongeveer drie jaar gebouwd, en aan het schip van Barentsz wordt nu al zes jaar gewerkt.”

Er is nog iets waarin het schip in Harlingen zich onderscheidt van veel andere gereconstrueerde schepen. Vaak worden die zeer netjes afgewerkt omdat scheepsbouwers niet van slordigheid houden en het publiek evenmin. Maar wrakken uit de zeventiende eeuw geven een ander beeld. Schepen werden vanuit praktisch oogpunt gemaakt, en als een balk goed zat werd er verder weinig aan afwerking gedaan. Zelfs in een koninklijk prestigevaartuig zoals het historische schip Vasa zitten allerlei onregelmatigheden in het hout. De Weerdt: “Het schip was duur dichtgetimmerd. Ze hebben daar toch maar eens wat losgetrokken om de spanten te onderzoeken. En ook in dit schip zaten overal latjes en vulstukjes tussen. De wereld was in de zestiende eeuw veel ruwer dan nu. Dat zien we ook in de huizenbouw van die tijd. Balken werden ruw bijgekapt. De takken worden er wel afgehaald, maar als het wat golfde en hobbelde was dat niet erg. Als het maar sterk en efficiënt was.”

Links: de naden worden dichtgemaakt. Rechts: boven in de huidplank een metalen bout, onder houten pennen om scheuren te voorkomen.

Een voordeel van het bouwen met deze authentieke methoden is dat goede vergelijkingen gemaakt kunnen worden met de zestiende eeuw. Zo werd het duidelijk dat men inderdaad in slechts drie maanden tijd zo’n schip kon bouwen.

Na deze bouwkundige informatie komt De Weerdt nog met een kleine primeur: hij heeft een vermoeden welke naam het schip van Barentsz had. De ontdekking vergt nog wat verder onderzoek, maar mogelijk horen we bij de tewaterlating meer over deze spectaculaire vondst! We verlaten de bouwkeet en lopen naar het schip. In deze bouwfase wordt druk gewerkt aan het breeuwen. De naden worden dichtgemaakt en als het hout later weer vochtig wordt en uitzet komt er vrijwel geen water meer door. De bouw duurt langer dan in de zestiende eeuw, en daarom moet men soms creatief zijn. Zo wordt de huid nog niet overal vastgezet met houten pennen want dan zou het gaan scheuren als het hout weer uitzet. Door op sommige plekken tijdelijk metalen bouten te plaatsen met enige speling zit de plank vast zonder dat het schip beschadigt.

Links: een knik in het overloopdek. Rechts: de bast zit nog op het hout.

We stappen aan boord, en het valt mij op dat het dek overal mooi de zeeg volgt behalve achterin. De Weerdt: “Als zo’n schip achtervolgd werd dan werden de achterste kanonnen hier geplaatst. Maar als het dek de zeeg zou volgen zou het hier zo steil zijn dat de kanonnen bij een klein foutje al naar beneden zouden rollen, met alle gevolgen van dien.”

Ik vraag hoe de mensen sliepen aan boord. Hangmatten waren destijds nog niet bekend. De Weerdt: “In principe bepaalde de schipper waarop de bemanning sliep. Vaak lagen er strozakken op het dek, maar op lange reizen was dat een broedplaats voor ongedierte. Sommige schippers lieten de bemanning daarom in een soort houten bak slapen op hun eigen reservekleding.”

Zo moet het schip eruit gaan zien. Bron: Stichting Expeditieschip Willem Barentsz.

We lopen nog wat verder over het dek. Het ziet er zeer authentiek uit, en ook bij de afwerking zal daar goed op gelet worden. “In 1996 werd het Behouden Huys nagebouwd en is veel van het aardewerk nagemaakt, dat kunnen we op dit schip ook weer gebruiken.” Ik zie al voor mij hoe de mensen hier straks om de kombuis heen staan, wachtend op hun labskous of vijfschaft. Maar voor nu neem ik afscheid van De Weerdt en is het een kwestie van wachten tot de feestelijke tewaterlating.

Door Nykle Dijkstra

Voor meer info: www.debarentsz.nl

Geplaatst in Nieuws | Een reactie plaatsen

‘No Delft without China’

oprichtingsacte

De oprichting van de VOC, Nationaal Archief

Onlangs bezocht ik met mijn Maritieme Gouden Eeuw-werkgroepgenoten de tentoonstelling ‘De wereld van de VOC’ in het Nationaal Archief te Den Haag. Zoals de titel vermeldt, neemt de tentoonstelling je mee naar de plekken op de wereld waar de Verenigde Oost-Indische Compagnie handel dreef. Van Japan, China, India, Java, Ceylon en Atjeh, tot Jemen en Kaap de Goede Hoop. Bij elke plek wordt verteld hoe de handel van de VOC er verliep en welke producten werden uitgewisseld. Zo komt het Delfts blauw officieel van het Chinese porselein dat de VOC uit China naar de Nederlandse Republiek verscheepte, en koffie uit Mokka in Jemen. Door middel van kaarten, scheepsjournalen, brieven, tekeningen en officiële documenten krijg je een inzicht in hoe de VOC te werk ging. Zelfs het officiële document over de oprichting van de VOC op 20 maart 1602, waarmee de compagnie een monopolie over de Hollandse handel met het oosten verkreeg, kunt u bekijken. De tentoonstelling is interactief. Je kunt, nu het archief van de VOC gedigitaliseerd is, op een van de touchscreens je eigen achternaam intoetsen om te achterhalen of jouw familie met de VOC mee gevaren heeft. In mijn geval was dit wat minder makkelijk te achterhalen, aangezien mijn achternaam ‘van den Bosch’ niet erg uniek was en is. Mocht je benieuwd zijn of jouw familie behoorde tot de VOC-bemanning, hoef je niet per se naar de tentoonstelling te komen, maar kan je dit ook op de website van het Nationaal Archief achterhalen. Desondanks is het wel de moeite waard de tentoonstelling te bezoeken en de oude kaarten, navigatietechnieken en westerse en oosterse manuscripten in levenden lijve te bekijken.

Wat ik echter miste in de tentoonstelling was de invloed die de VOC op ons eigen werelddeel had. De wereld van de VOC begon en eindigde tenslotte in de Nederlandse Republiek. Wat gebeurde er precies met de specerijen eenmaal in de Republiek? Hoe ging het er aan wal aan toe? Hoe hadden de opbrengsten van de VOC invloed op het leven in de Republiek? Naar mijn mening mag er meer informatie over de zeevarende gemeenschappen in de toenmalige Nederlandse Republiek in de tentoonstelling getoond worden. Aangezien sommige gegevens over de echtgenotes van de zeelieden en hun schuld- en maandbrieven opgenomen zijn in de gedigitaliseerde soldijboeken, had in ieder geval de situatie van zeemansvrouwen uiteengezet kunnen worden om toe te lichten hoe de ‘gewone’ mensen in de wereld van de VOC leefden. Zeelieden konden namelijk ‘drie maanden jaarlijks’ hun loon door middel van een maandbrief en eenmalig een hoger bedrag met een schuldbrief, oftewel transportbrief, overmaken naar achterblijvers. Hiernaast konden zij met een akte van procuratie hun vrouw in staat stellen financiële zaken te regelen tijdens hun afwezigheid, waardoor de zeemansvrouw, naast het geringe loon dat zij ontving van haar man, meer mogelijkheden kreeg om een inkomen te verwerven. De werkzaamheden van zeemansvrouwen waren meestal havengerelateerd. Dat de dynamische economie bijdroeg aan een hogere vrouwelijke arbeidsparticipatie illustreert hoe de handelscompagnie het dagelijks leven in de Republiek beïnvloedde. Toch is deze tentoonstelling zeker een aanrader. Ondanks de onderbelichte activiteiten van de VOC in en haar invloed op de Nederlandse Republiek, kun je bij de tentoonstelling veel indrukwekkend archiefmateriaal bezichtigen over de activiteiten van de VOC elders op de wereld.

Sanne van den Bosch, student Geschiedenis aan de Universiteit Leiden

Verder lezen:

Geplaatst in Nieuws | Een reactie plaatsen

Joost Schokkenbroek naar Vancouver Maritime Museum

Prof. dr. Joost Schokkenbroek, die in mei afscheid nam als voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor Zeegeschiedenis, is aangesteld als executive director van het Vancouver Maritime Museum. Hij volgt hiermee kapitein Ken Burton op.

IMG_20170520_114545211_HDR

Schokkenbroek bij zijn laatste ALV als voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor Zeegeschiedenis

Schokkenbroek werkte de afgelopen 26 jaar bij het Scheepvaartmuseum in Amsterdam, waar hij per 1 juli aanstaande afscheid neemt. In 1988 begon hij zijn carrière aan het Kendall Whaling Museum in Sharon, Massachusetts, in de Verenigde Staten. Na drie jaar werd hij aangesteld bij het Scheepvaartmuseum. Hij promoveerde in 2008 aan de Universiteit Leiden op een proefschrift over de Nederlandse walvisvaart en zeehondenjacht in de negentiende eeuw. In 2011 werd hij hoofdconservator van het Scheepvaartmuseum, waar hij onder andere het Fellowshipsprogramma al sinds 2007 onder zijn hoede had. Sinds 2013 is hij tevens aangesteld als bijzonder hoogleraar maritieme geschiedenis en maritiem erfgoed aan de Vrije Universiteit.

Het Vancouver Maritime Museum waar Schokkenbroek gaat werken, is opgericht in 1959 en is een van ’s werelds meest vooraanstaande maritieme musea. Het museum richt zich met name op de maritieme geschiedenis van de Stille Oceaan en de Noordelijke IJszee.

IMG_20170520_114750841

Schokkenbroek wordt bedankt voor de vele jaren dat hij de vereniging als bestuurslid heeft gediend

Mede met het oog op deze aanstelling heeft Joost Schokkenbroek na 8,5 jaar toegewijd voorzitterschap van de Nederlandse Vereniging voor Zeegeschiedenis zijn bestuurslidmaatschap neergelegd. Hij is als voorzitter opgevolgd door Annette de Wit (Marinemuseum Den Helder). Zij werd op 20 mei door de Vereniging als voorzitter welkom geheten, volgend op het afscheid van Schokkenbroek. De Vereniging feliciteert Joost Schokkenbroek van harte met zijn nieuwe benoeming en wenst hem het allerbeste in Vancouver!

Geplaatst in Nieuws | Een reactie plaatsen

Activiteiten rond 350 jaar Tocht naar Chatham

De Ruyter

Het verbranden van de Engelse vloot bij Chatham, juni 1667, tijdens de Tweede Engelse Zeeoorlog (1665-1667), Willem Schellinks, 1667 – 1678 (Rijksmuseum SK-A-1393)

Deze week is het 350 jaar geleden dat de Tocht naar Chatham plaatsvond. Verschillende activiteiten vinden in Nederland plaats om dit moment te herdenken:

  • Momenteel zeilen 90 zeilboten vanuit Vlissingen richting Chatham.
  • Op 8 juni opende een tentoonstelling in het MuZEEum: 350 jaar Tocht naar Chatham in de Pakhuizen. In deze expositie is onder andere een scheepsmodel te zien van de Zeven Provinciën en de Walcheren. De expositie is nog te bezoeken t/m 1 oktober 2017.
  • Op 10 juni vond een roeiwedstrijd plaats op de Theems.
  • Op 14 juni publiceerde Suze Zijlstra (Universiteit Leiden/Nederlandse Vereniging voor Zeegeschiedenis) een stuk over wat we met de Tocht naar Chatham herdenken.
  • Op 17 juni opent de tentoonstelling ‘Zeeslag! Vaar mee, strijd mee!‘ in het Marinemuseum in Den Helder. Deze tentoonstelling herdenkt twee belangrijke zeeslagen, namelijk de Tocht naar Chatham (1667) en de Slag in de Javazee (1942).
  • Het Rijksmuseum organiseert een symposium over de Tocht naar Chatham op 19 juni. Dit symposium is gekoppeld aan een tijdelijke tentoonstelling over de Tocht naar Chatham.
  • De Vereniging Vrienden van de Witt heeft een tweedaagse conferentie gepland op 23 en 24 juni: ‘Dutch Raid on Chatham Dockyard in 1667: its Anglo-Dutch Context and Legacy’.

De Tocht naar Chatham speelt natuurlijk ook een rol in de film Michiel de Ruyter. Dat bij een dergelijke productie veel komt kijken, blijkt wel uit het interview van Nykle Dijkstra met Gordon Laco, de historisch adviseur van de film Master and Commander: the Far Side of the World.

De webredactie voegt activiteiten die ontbreken graag nog toe aan dit overzicht. Mail tips naar webredactie@zeegeschiedenis.nl.

Geplaatst in Nieuws | Een reactie plaatsen

Voorjaarsnummer Tijdschrift voor Zeegeschiedenis

Voorkant tvz 20171Onlangs verscheen het voorjaarsnummer van het Tijdschrift voor Zeegeschiedenis. In dit nummer presenteert Jerem van Duijl de resultaten van zijn onderzoek naar de koopvaardij van de IJsselsteden in het Oostzeegebied in de zestiende eeuw. Constantine Theodoridis verhaalt over het nemen van de koopvaarder Keyser Octavianus in 1663 en ontrafelt de complexe verhoudingen in het Middellandse Zeegebied tijdens de Vijfde Ottomaans-Venetiaanse Oorlog. Hoe men in Engeland reageerde op de teloorgang van de Nederlandse vloot in de achttiende eeuw is het onderwerp van een artikel door Gijs Rommelse. De winnaar van de J.R. Bruijnscriptie- prijs 2015, Jaap de Witte, heeft zijn ma-thesis bewerkt tot een artikel over de opkomst van de luchtvaart in Nederlands-Indië en de reactie van de Koninklijke Paketvaart Maatschappij op deze nieuwe ontwikkeling. In de rubriek Website bespreekt Matthias van Rossum de problemen en mogelijkheden van digitalisering in het vakgebied.

De papieren versie van het tijdschrift is eind mei bij de leden bezorgd. Abonnees die hun e-mailadres hebben doorgegeven aan het secretariaat, hebben ook een bericht ontvangen toen de digitale versie was verschenen. Bent u lid en wilt u, naast de gebruikelijke papieren editie, ook de digitale versie van het Tijdschrift ontvangen? Vul dan onderstaand formulier in. U ontvangt dan, naast de nieuwsbrief Acht Glazen, voortaan ook berichten over het Tijdschrift direct in uw e-mailbox.

Bent u nog geen lid van de Nederlandse Vereniging voor Zeegeschiedenis? Meldt u zich dan vandaag nog aan.


Toestemming gebruik e-mailadres
De Nederlandse Vereniging voor Zeegeschiedenis maakt in toenemende mate gebruik van digitale middelen om met haar leden te communiceren. Hiermee besparen wij op verzendkosten, maar kunnen wij u ook vaker en sneller van relevante informatie voorzien. Wij zijn verplicht vooraf uw toestemming te vragen om uw e-mailadres te mogen gebruiken voor het toesturen van digitale berichten zoals uitnodigingen voor de ledenbijeenkomsten, de nieuwsbrief Acht Glazen en de digitale editie van het Tijdschrift voor Zeegeschiedenis.


Geplaatst in Nieuws, Voor leden | Een reactie plaatsen