‘Berend Botje ging uit varen’…: Vergeten Drentse zeeheld komt weer tot leven in boek, documentaire en tentoonstelling

Wereldberoemd was admiraal Louis van Heiden uit Zuidlaren na zijn succes bij de slag van Navarino in 1827. Maar wie kent tegenwoordig nog de naam van deze Drentse zeeheld in dienst van de Russische tsaar? Zijn levensverhaal was misschien wel de inspiratie voor het bekende liedje over Berend Botje. Precies 245 jaar na zijn geboorte geven het Drents Archief en het Nederland-Ruslandcentrum deze vergeten zeeheld vanaf 6 september weer de aandacht die hij verdient met een boek, documentaire en tentoonstelling.

Boek

Wie was Louis van Heiden eigenlijk? Hoe heeft hij zo’n hoge positie verkregen in Russische dienst en hoe kwam het dat hij een levende legende werd na een zeeslag voor de Griekse kust? Ruslanddeskundige en auteur Hans van Koningsbrugge wist interessante onbekende informatie op te diepen en presenteert deze op smakelijke wijze aan de lezer: de moeizame start van Van Heidens carrière in Rusland, roddels en intriges in de hofkring rondom de tsaar en oorlogen en zeeslagen, Van Heidens chronische geldgebrek en het verlangen naar zijn familie in Zuidlaren. En uiteindelijk de roem, het onthaal in Nederland en zijn onvermijdelijke terugkeer naar Rusland. ‘De Voorzienigheid regeert! Louis van Heiden, admiraal in Russische dienst’ is vanaf nu te koop bij het Nederland-Ruslandcentrum en bij de boekhandel.

Documentaire

Documentairemaker Johan Zielstra van Chronoscoop Film filmde in Sint Petersbrug, Estland, Griekenland, Den Haag, Zuidlaren en op zee, in de voetsporen van Van Heiden. Welke plekken herinneren tegenwoordig nog aan deze man? Wordt het verhaal van deze zeeheld nog steeds levend gehouden? De documentaire ‘Louis van Heiden, zeeheld in den vreemde’ is vanaf 7 september 2017 te zien in de reizende tentoonstelling in de gemeente Tynaarlo en van 9 t/m 29 september 2017 in de Digilounge van het Drents Archief. Lezers van het boek hebben online toegang tot deze bijzondere film.

Reizende tentoonstelling

Is Louis van Heiden werkelijk de Berend Botje uit het bekende kinderliedje? Bekijk de reizende tentoonstelling ‘Louis van Heiden, zeeheld uit Zuidlaren’ en oordeel zelf! Lees het verhaal over Louis uit Zuidlaren die op negenjarige leeftijd al naar zee ging, over zijn opleiding aan boord, de zeereizen, zijn leven in Rusland, de roem en zijn terugkeer naar Zuidlaren. Bij de tentoonstelling wordt ook de documentaire getoond. De tentoonstelling is vanaf zaterdag 9 september 2017 te zien in de Dorpskerk in Zuidlaren en reist daarna langs verschillende locaties in de gemeente Tynaarlo. De toegang is gratis.

In het kader van dit project is ook een Smartphoneroute door Zuidlaren en een groepsprogramma in het Drents Archief ontwikkeld. In 2018 spelen alle leerlingen uit groep 5 en 6 in de gemeente een spannende Louis van Heiden game!

De initiatiefnemers van ‘Berend Botje ging uit varen’ zijn: Drents Archief, Nederland Rusland Centrum en Chronoscoop film en werken nauw samen met BUOG in de zoektocht naar Berend Botje. Berend Botje is één van thema’s die centraal staan in het culturele jaar van de gemeente Tynaarlo (mei 2017 – mei 2018).

Bericht geplaatst namens het Drents Archief.

Advertenties
Geplaatst in Nieuws | Een reactie plaatsen

Voormalig torpedowerkschip Hr.Ms. Mercuur wordt museumschip in Vlissingen

Geschiedenis van het schip

De Mercuur werd in de jaren 1952-1953 in de Verenigde Staten gebouwd. In 1973 werd ze omgebouwd van oceaanmijnenveger Hr. Ms. Onverschrokken tot torpedowerkschip. Op 11 mei van datzelfde jaar werd zij herdoopt in Hr.Ms. Mercuur, om deze naam voor de Koninklijke Marine te behouden. Vanaf het laatste kwart van de negentiende eeuw, toen het eerste torpedowerkschip in dienst komt, wordt de naam Mercuur namelijk steevast voor het torpedowerkschip gebruikt. ’Onze’ Mercuur deed dienst tot 1987, waarna een nieuwe Mercuur haar opvolgde. Na enige tijd als museumschip in Amsterdam te hebben gelegen, lag zij van 1993 tot december 2015 in Scheveningen. Toen werd ze teruggegeven aan de marine en naar Den Helder gesleept om te worden gesloopt.

Een nieuwe toekomst voor een sloopschip

De Stichting Maritiem Erfgoed Vlissingen slaagde erin om haar te redden, mede dankzij veel steun van de Koninklijke Marine en de Stichting Behoud Maritieme Monumenten. Zij werd in december 2016 naar Vlissingen-Oost gesleept, waar de sanering van asbest plaats vond. Op vrijdag 25 augustus 2017 arriveerde zij in Vlissingen en werd afgemeerd in de Dokhaven, aan de Houtkade. Het is de bedoeling dat zij binnenkort komt te liggen in het Dok van Perry, dat in het begin van de achttiende eeuw gebouwd werd voor de Zeeuwse Admiraliteit. De Mercuur wordt de komende jaren opgeknapt en gaat daarna weer dienst doen als een museumschip dat twee verhalen vertelt: die van de mijnenveger Onverschrokken en die van het torpedowerkschip Mercuur. Beide verhaallijnen maken deel uit van een breder kader, namelijk de Vlissingse maritieme historie in het algemeen en de relatie van Vlissingen met de marine in het bijzonder.

Meer informatie

Op haar eigen Facebookpagina (https://www.facebook.com/MuseumschipMercuur/) zijn updates van actuele ontwikkelingen te vinden.

De webredactie dankt de heer Ron van Maanen van de Stichting Maritiem Erfgoed Vlissingen voor de tekst en de foto’s.

Geplaatst in Nieuws | Een reactie plaatsen

Symposium Verre Forten, Vreemde Kusten

Op vrijdagmiddag 29 september zal in het Nationaal Archief in Den Haag een symposium gehouden worden met het thema Verre Forten, Vreemde Kusten.

Het symposium is georganiseerd ter gelegenheid van het verschijnen van de handelseditie van het boek Verre Forten, Vreemde Kusten, Nederlandse Verdedigingswerken Overzee.

Het doel van het symposium is bekendheid geven aan de doelstelling van de Stichting Menno van Coehoorn in het algemeen en van de Commissie Overzeese Vestingwerken in het bijzonder. Het symposium geeft dus niet zo zeer een verdieping van de artikelen in het boek, maar eerder een verbreding van de thematiek. Hoe kunnen wij vanuit Nederland bescherming bieden aan overzeese verdedigingswerken met een Nederlandse achtergrond? Is bekendheid geven aan Nederlands militair erfgoed in den vreemde genoeg of moeten we echte actie ondernemen?

Aanmelden geschiedt door middel van een e-mail bericht te sturen naar symposium@coehoorn.nl. Het maximum aantal deelnemers is 70. In verband met de catering wordt u verzocht zo snel mogelijk aan te melden. Wilt u bij aanmelding aangeven met hoeveel personen u komt en namens welke organisatie u het symposium wilt bijwonen? Ongeveer een week voor aanvang van het symposium zult u een bevestiging ontvangen met daarbij aanvullende informatie over het symposium.

De lezingen zullen worden gehouden door dr. ing. A.J. Bonke (archeoloog en onderzoeker), G.G.J. Boink (senior medewerker collectiebeheer Nationaal Archief), drs. O.F. Hefting (directeur Vestingmuseum Naarden), drs. E.L.L. Odegard (wetenschappelijk onderzoeker Universiteit Leiden) en W.Th. Hellebrand (directeur Monumentenzorg St. Eustatius).

Na de laatste lezing zal een exemplaar van het boek Verre Forten, Vreemde Kusten overhandigd worden aan directeur Marens Engelhard van het Nationaal Archief. Hierna is er de mogelijkheid om gratis de expositie De Wereld van de VOC te bezoeken. U doet het Nationaal Archief een groot plezier door uw Museumkaart mee te brengen. Het programma wordt afgesloten met een borrel.

Meer informatie over het symposium vindt u op de speciale flyer.

Bericht geplaatst namens de Commissie Overzeese Vestingwerken en de Stichting Menno van Coehoorn

Geplaatst in Nieuws | Een reactie plaatsen

Symposium Hollandse Krijgsgevangenen

In september geeft Holland Historisch Tijdschrit een themanummer uit over Hollandse krijgsgevangenen. Naar aanleiding van dit nummer organiseert het tijdschrift in samenwerking met Museum Vlaardingen en Mars et Historia een minisymposium.

Het symposium vindt plaats op vrijdagmiddag 29 september, van 14.00-17.00 uur (inloop vanaf 13.00 uur) in Museum Vlaardingen.

In verband met de capaciteit van de zaal is aanmelden noodzakelijk via symposium@tijdschriftholland.nl.

De toegangsprijs bedraagt €6,-, inclusief hapje en drankje. Dit maakt u over op rekeningnummer NL44 RABO 0147 8895 37 t.n.v. Mars et Historia o.v.v. Hollandse krijgsgevangenen.

Zie voor meer informatie en aanmelding het programma.

Geplaatst in Nieuws | Een reactie plaatsen

Najaarsvergadering: 4 november

Op zaterdag 4 november 2017 zal de najaarsvergadering van de Nederlandse Vereniging voor Zeegeschiedenis plaatsvinden. Details over de locatie en het programma worden zo spoedig mogelijk bekend gemaakt. De uitnodiging voor de Najaarsvergadering wordt digitaal verzonden aan leden. Leden melden zich via het onderstaande formulier aan voor deze digitale nieuwsbrief.

Nog geen lid? Aanmelden voor het lidmaatschap kan eenvoudig online.

Aanmeldingsformulier voor de digitale nieuwsbrief Acht Glazen (alleen voor leden):


Toestemming gebruik e-mailadres
De Nederlandse Vereniging voor Zeegeschiedenis maakt in toenemende mate gebruik van digitale middelen om met haar leden te communiceren. Hiermee besparen wij op verzendkosten, maar kunnen wij u ook vaker en sneller van relevante informatie voorzien. Wij zijn verplicht vooraf uw toestemming te vragen om uw e-mailadres te mogen gebruiken voor het toesturen van digitale berichten zoals uitnodigingen voor de ledenbijeenkomsten, de nieuwsbrief Acht Glazen en de digitale editie van het Tijdschrift voor Zeegeschiedenis.


Geplaatst in Nieuws, Voor leden | Een reactie plaatsen

Zomeraanbieding

De Nederlandse Vereniging voor Zeegeschiedenis heeft haar voorraad Tijdschriften voor Zeegeschiedenis en de Mededelingen van de Nederlandse Vereniging voor Zeegeschiedenis geïnventariseerd en komt met de volgende zomeraanbieding:

  • 3 Tijdschriften/Mededelingen voor 10 euro (normaal 5 euro per exemplaar)
  • 10 Tijdschriften/Mededelingen voor 25 euro
  • 1 Complete set Tijdschriften (jaargang 1-33, incl. themanummers en registers, in totaal meer dan 70 exemplaren) voor slechts 150 euro. Upgrade met ook alle voorradige Mededelingen (nummers 28-43) wordt aangeboden voor 175 euro.

Zie voor andere artikelen van de Nederlandse Vereniging voor Zeegeschiedenis ook de webshop. Bestellen kan door een mailtje te sturen naar het secretariaat. Voor alle bestellingen geldt: zolang de voorraad strekt en prijzen exclusief verzendkosten.

Geplaatst in Nieuws | Een reactie plaatsen

Knoesten en bast in het schip van Barentsz

In Harlingen wordt sinds 2010 gebouwd aan een reconstructie van het schip waarmee Willem Barentsz in 1596 op zoek ging naar de Noordoostelijke Doorvaart. Er wordt stevig doorgebouwd, en waarschijnlijk zal de tewaterlating binnen een jaar plaatsvinden. Een goed moment om eens een bezoekje te brengen aan de werf nu het nog mogelijk is om het onderwaterschip goed te bekijken. Op 25 juni 2017 toog ik naar de Friese havenstad om een rondleiding te krijgen van meester-scheepsbouwer Gerald de Weerdt.

Gerald de Weerdt

De werf ligt aan de Nieuwe Willemskade. Het lijkt een beetje afgelegen maar bezoekers weten het over het algemeen prima te vinden. Liefhebbers van historische schepen komen van over de hele wereld, en ook in Rusland krijgt het project meer bekendheid. Daar ligt momenteel het enige echte stuk wrakhout van het oorspronkelijke schip van Barentsz. Een relatief klein stuk (vier bij één meter), maar wel een van groot belang voor de bouw van de reconstructie.

De scheepswerf in Harlingen

Ik loop eerst even naar het bezoekerscentrum waar ik aan een model kan zien hoe het vaartuig er straks uit komt te zien. Het wordt een schip van het type jacht van ongeveer 25 meter lang.

Vervolgens loop ik met De Weerdt mee naar de bouwkeet waar de technische aspecten van de bouw worden voorbereid. De bouwtekeningen liggen op tafel. De Weerdt vertelt over de historische achtergrond van het bouwproject. In de zestiende eeuw werden nog geen bouwtekeningen gemaakt en veel informatie over schepen uit die tijd moet dus worden afgeleid uit archeologische vondsten. Beschrijvingen zijn er ook nauwelijks. Belangrijk is een werk van Nicolaes Witsen uit 1671.

De Weerdt: “Witsen heeft eigenlijk als eerste een beschrijving van de bouw van zo’n schip gegeven. Maar dat is natuurlijk ook al bijna tachtig jaar na Barentsz. Daar zitten dus wel wat haken en ogen aan. Zijn beschrijving is ook moeilijk te ontcijferen. Hij was zelf geen scheepsbouwer en heeft het opgeschreven zoals hij het begreep.”

De tekentafel

Maar Witsen beschreef wel wat hij zag. Hij zag dat schepen niet gebouwd werden door eerst alle spanten erin te zetten, maar door eerst een stuk van de scheepshuid op te bouwen. Bij eerdere scheepsreconstructies was dat niet zo gedaan.

De Weerdt vertelt over de Onrust, een ander historisch schip dat onder zijn leiding is gebouwd: “De Onrust was eigenlijk het eerste schip dat met die oude bouwmethode is gemaakt, maar dit is het eerste schip in Nederland dat zo gebouwd wordt. Die methode is in de vergetelheid geraakt. Het schip in Amerika [de Onrust] was eigenlijk een vingeroefening voor dit schip. De Onrust is ook een stukje kleiner. Die is in ongeveer drie jaar gebouwd, en aan het schip van Barentsz wordt nu al zes jaar gewerkt.”

Er is nog iets waarin het schip in Harlingen zich onderscheidt van veel andere gereconstrueerde schepen. Vaak worden die zeer netjes afgewerkt omdat scheepsbouwers niet van slordigheid houden en het publiek evenmin. Maar wrakken uit de zeventiende eeuw geven een ander beeld. Schepen werden vanuit praktisch oogpunt gemaakt, en als een balk goed zat werd er verder weinig aan afwerking gedaan. Zelfs in een koninklijk prestigevaartuig zoals het historische schip Vasa zitten allerlei onregelmatigheden in het hout. De Weerdt: “Het schip was duur dichtgetimmerd. Ze hebben daar toch maar eens wat losgetrokken om de spanten te onderzoeken. En ook in dit schip zaten overal latjes en vulstukjes tussen. De wereld was in de zestiende eeuw veel ruwer dan nu. Dat zien we ook in de huizenbouw van die tijd. Balken werden ruw bijgekapt. De takken worden er wel afgehaald, maar als het wat golfde en hobbelde was dat niet erg. Als het maar sterk en efficiënt was.”

Links: de naden worden dichtgemaakt. Rechts: boven in de huidplank een metalen bout, onder houten pennen om scheuren te voorkomen.

Een voordeel van het bouwen met deze authentieke methoden is dat goede vergelijkingen gemaakt kunnen worden met de zestiende eeuw. Zo werd het duidelijk dat men inderdaad in slechts drie maanden tijd zo’n schip kon bouwen.

Na deze bouwkundige informatie komt De Weerdt nog met een kleine primeur: hij heeft een vermoeden welke naam het schip van Barentsz had. De ontdekking vergt nog wat verder onderzoek, maar mogelijk horen we bij de tewaterlating meer over deze spectaculaire vondst! We verlaten de bouwkeet en lopen naar het schip. In deze bouwfase wordt druk gewerkt aan het breeuwen. De naden worden dichtgemaakt en als het hout later weer vochtig wordt en uitzet komt er vrijwel geen water meer door. De bouw duurt langer dan in de zestiende eeuw, en daarom moet men soms creatief zijn. Zo wordt de huid nog niet overal vastgezet met houten pennen want dan zou het gaan scheuren als het hout weer uitzet. Door op sommige plekken tijdelijk metalen bouten te plaatsen met enige speling zit de plank vast zonder dat het schip beschadigt.

Links: een knik in het overloopdek. Rechts: de bast zit nog op het hout.

We stappen aan boord, en het valt mij op dat het dek overal mooi de zeeg volgt behalve achterin. De Weerdt: “Als zo’n schip achtervolgd werd dan werden de achterste kanonnen hier geplaatst. Maar als het dek de zeeg zou volgen zou het hier zo steil zijn dat de kanonnen bij een klein foutje al naar beneden zouden rollen, met alle gevolgen van dien.”

Ik vraag hoe de mensen sliepen aan boord. Hangmatten waren destijds nog niet bekend. De Weerdt: “In principe bepaalde de schipper waarop de bemanning sliep. Vaak lagen er strozakken op het dek, maar op lange reizen was dat een broedplaats voor ongedierte. Sommige schippers lieten de bemanning daarom in een soort houten bak slapen op hun eigen reservekleding.”

Zo moet het schip eruit gaan zien. Bron: Stichting Expeditieschip Willem Barentsz.

We lopen nog wat verder over het dek. Het ziet er zeer authentiek uit, en ook bij de afwerking zal daar goed op gelet worden. “In 1996 werd het Behouden Huys nagebouwd en is veel van het aardewerk nagemaakt, dat kunnen we op dit schip ook weer gebruiken.” Ik zie al voor mij hoe de mensen hier straks om de kombuis heen staan, wachtend op hun labskous of vijfschaft. Maar voor nu neem ik afscheid van De Weerdt en is het een kwestie van wachten tot de feestelijke tewaterlating.

Door Nykle Dijkstra

Voor meer info: www.debarentsz.nl

Geplaatst in Nieuws | Een reactie plaatsen